Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 520

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 520

college-dictaat van een der studenten

1 minuut leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera).

86 diezelfde wolkkolom,

omdat met

maar nu boven op den Horeb, en

veel indrukwekkender,

die verschijning gepaard gingen bliksemstralen en het geluid eener

sterke bazuin.

Het

volk

is

zeer bevreesd, en nu zegt het tot Mozes, vers 18

met ons, en wij

zullen u hooren, en dat

Ten

niet sterven".

spreekt, en daarop

duidelijkste blijkt dus uit deze

moeten wij zeer nauwkeurig

maken

toch die velen zich hart die

lijnrechten strijd

Was

„Spreek

gij

de gewone voorstelling

maar

in

Mozes

in

Zijnen naam. zij

volgens

dit

vers

met wat het verhaal ons meldt.

is

bij

hem zeggen

:

Horeb

alleen een spreken van Mozes,

„Spreek gij met ons"

den naam des Heeren hun bij

;

dat de Heere eigenlijk niet sprak,

scheid tusschen het eene geval dat

volks

:

spreke opdat wij

woorden, dat God de Heere

letten

moet ten ernstigste bestreden, omdat

toch het spreken

volk niet tot

in

niet

gedachten deed opkomen, die Hij wilde dat door hem aan het volk

Die voorstelling in

is,

zouden worden medegedeeld

Israels

God met ons

iets

God

;

dan kon het

het volk voelde het onder-

sprak, en het andere geval dat

mededeelde

;

we

Mozes

zien het uit het beven des

het hooren van de ontzaglijke stem des Heeren.

[Over dat spreken Gods zullen wij hier niet verder uitweiden in de EncyII pagg. 433—35, kwam het reeds uitvoerig ter sprake daarom wijzen wij hier slechts de lijn aan waarlangs wij tot helderder inzicht hieromtrent i<unnen komen. a. Psalm 94 9 zegt ons „Zou Hij die het oor plant niet hooren, zou Hij die het oog formeert niet aanschouwen", en in aansluiting daarmede kunnen wij zeggen „Zou Hij die den mond, het woord en de taal geformeerd heeft, niet spreken ?" Zeer opmerkelijk is het, dat in Psalm 115, waar sprake is van de afgoden, van hen gezegd wordt „Zij hebben eene mond, maar spreken niet" eene voorstelling waaruit volgt dat dan God de Heere wel spreekt, omdat het anders niet als iets belachelijks kon worden gezegd van die afgoden, dat zij „geen geluid geven door hunne keel". b. Bovendien heeft de mensch zijn mond niet zelf uitgevonden, neen, maar ;

clopaedie. Dl.

;

:

:

:

:

God

heeft dien

alleen,

bij

maar ook

de schepping aan den mensch gegeven

alles

wat daartoe behoort

;

;

en niet dien

mond

het geheele samenstel der spraak-

God zóo aangelegd

dat de mensch kan spreken met den mond. organen op het spreken zijn aangelegd, dan moest God eerst zelf weten wat spreken is, dan moest Hij dit geheele complex van organen in zijne werking reeds vooruit hebben gedacht, evenals iemand die een huis wil bouwen, eerst dat geheele huis in zijne gedachten voor zich moet gezien

organen

is

Zouden nu

door die

hebben.

Het spreken is dus eene uitvinding van God, en waar Hij nu machtig is, gehemelte, tanden, keel en tong zóo te zetten, dat er klanken en woorden worden voortgebracht, daar bezit Hij ook de macht, om zonder die organen

om

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 520

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's