Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 603
college-dictaat van een der studenten
;
Caput legde Hij af
de
;
nam
alleen
De Nominibus Salvatoris.
iI.
onze
—
was den naam Christus. Eerst waar aan Gods niets meer geworden is waar ingegaan,
is
kon de zalving
Paradijs
geen duisternis, geen dood
geen dood
is
is,
;
weg, wat een eigen glans had
alles
alle
is
sprake
vinden
van
zijn
daar
;
gemaakt
>'.cvó.,'
is
heeft en in de
„zalving".
In
het
geen wonde, geen
lijk,
Waar geen zonde
zalving ondenkbaar.
waar de zonde komt en door de zonde de dood, gaat
eerst
;
daar
;
dat alles
Hij zich zelf
plaats
niet
en
kan
daar
eerst
en niet
;
ze aan zooals
werd gepostuleerd door dat postulaat voldaan is waar de Zone
;
TOLTriiv^fnc
nam
natuur aan, maar Hij
menschelijke
zonde geworden
door de
zij
en werd ons gelijk
glorie, die Hij had, liet Hij staan
Hij
55
;
de glorie van het Paradijs gaat weg, de
levensboom, de volle gezondheid van het lichaam, de heiligheid van de
mensch loopt
de
kan terugkeeren
niet
hij
dat
is,
meent nog vol
hij
te zijn.
dien toestand
in
worden
gezalfd.
natuur
zelfs
;
ingegaan, komt Hij
is
de
naar
niet
menschelijke
voor zalving
is
is,
natuur,
nemen
natuur niet
haar
in
gezalfde.
dof
voor 'O
werpt
Jezus
zich
het
X,o;o-rói-'
De
gezalfde,
\piTroq,
o
lichaam
Zijn
En nu
is
toehoort, op dien druipt de zalving
voor niemand zalving.
Hem, Daarom is
de eenige onder
Dan. 9
niemand
Die
ze buiten
krijgt
daarom
is
uitstraalde,
begint
in
af.
Ééns slechts
Joh. 2 Hij
24
:
Christus
in
bij
maar
;
is
bij
God
bij
Hij uit
Hem
in
de dooden
absoluten
zin
is h
de
Hem
dat, buiten
Hem,
is
er
etc.
Zijn ontvangenis iets
in
bij
opgewekt, want
maken
de incarnatie
En daarom gaan
;
zij
;
dit is
omdat
zij
mis,
van de zondige natuur is
reeds
heel Zijn kindsheid; „Hij
en de menschen''
'\pi<rroc
komt, en
de Allerheiligste, de vorstelijk Gezalfde,
den Doop, toen de Heilige Geest nederdaalde
toen
Hij alleen is
Hem
den moederschoot van Maria
Die zalving gaat door
wijsheid en genade
nu
taande
alles
anders dan wat
;
overgegaan. Die dat beweren loochenen, dat Hij de Gezalfde ontvangenis.
haar
de zalving geschied en
is
Zonder
20.
:
in
terwijl alles
niets
ongezalfd
is
van den Heiligen Geest ontvangen.
Hij
meenen dat
die
allen,
nu
zalving
I
maar
staat,
aard zoo, dat wie aan
zijn
want
;
onder allen de eenig
Hij
op Thabor, toen
verheerlijking
midden der zondaren. Alles
te
is
van
dat
licht,
is
doffe onder de doffen
als
begint Hij te glanzen.
is,
lapsa est
Wij mogen dus wel zeggen,
heerlijken
En nu
staat.
kunnen
te
gezalfd geworden, mits wij die
is
oorspronkelijken,
gebroken en door de zonde gevallen
nu den mensch
toe naar de goddelijke
nondum
si
niet vatbaar.
Christus naar Zijn menschelijke natuur
dat
Om
de positie van
in
En nu komt de zalving Hem nooit
wat rein-menschelijk
en
en alles betalen moet;
te redden, stelt Christus zich als failliet; die niets heeft
en nu Hij
ziel
een leeg vat daarheen, en de eenigste zonde, waardoor
als
bij
nam
is
Zijn
toe in
kreeg haar ambtelijk karakter een duif
als
ook Hij
;
zij
is
voltooid,
Opstanding
is
de dof gewordene, de
in
zalving.
den dood ingegane, weer met den glans des levens doorstroomd wordt. Dit zegt Christus is
zelf
opgekomen
hier
het
Joh. uit
12
:
7.
Wat
beteekent dit?
Wat
is
de balseming?
de verwachting van de opstanding des vleesches.
Zij
—
Zij
was dus
symbool daarvan, dat de hoogere balsem, zalving, levenskracht van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's