Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 681
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk alleen
wat
de
van het Drieëenig Wezen. causatum
wat oorspronkelijk
het passieve resultaat en het obiectiveerende het
altijd
is
;
247
hooger dan wat daaruit gegenereerd wordt,
relatie betreft,
geobiectiveerde
het
drie Personen
het verschil tusschen de causa en het
in
staat,
is,
De
IÏI.
actieve.
die
In
nog eenig
bestaat dus het verschil, en bovendien
relatie
zou
denken,
Eeuwige Wezen
het
zijn
in drieën splijten,
verschil te
waarmee de eenheid
zou teloor gaan.
Nog éene vraag uit
doet
zich
Zoon gegenereerd
de
dat
God, eeuwig
Zoon dan ook
is
weer op
en wel deze
uit
zijne beurt,
:
Indien het nu zoo
Hem volkomen
den Vader en
eeuwig, almachtig
uit
niet
hierbij op, uit
—
almachtig,
waarom
is
waarom dan
er
gelijk
niet
is.
is,
God
genereert de
een eindelooze
voortgang van nieuw genereeren ?
De vraag
vindt
obiectiveering het
tooid,
hierin
kan
beantwoording
hare
greep en volkomen
plaats
is,
Wanneer de daad van
:
dan
is
worden voortgezet, anders zou
niet
zelf-
daarmede het proces voler
nog
iets
aan de
zelf-
obiectiveering haperen. 4.
gelet
Nu moet
intusschen
er
worden, dat
bij
persoon
we
der Heilige Drieëenheid moeten die
het bespreken van het denkproces wel op
dat proces de
bij
niet
voorkomt.
van den geestelijken ternaar èn de belijdenis dat
Goddelijk
proces
Wezen
blijft
wanneer
staan,
wij
Wij gevoelen het wel,
zijn.
dat
op
zichzelf
argumenteeren,
stipt
In
het mysterie
onderscheiden tusschen tweeërlei belijdenis,
dat,
nog
niet
die
analogie
de
er drie
Personen
zoolang men
Personen
bij
geeft,
ons alleen
het
in
het denk-
maar
drie
dat,
relatiën
aanbiedt.
Wij begrijpen, wat bedoeld wordt met de woorden „moment" en „relatie" het
heelal
bestaat
alles
deze
uit
twee, altoos
men
heeft
te
;
in
onderscheiden
tusschen de zaak en de betrekking waarin die zaak tot eene andere zaak staat.
Of nu die eene zaak, die
drie
we
momenten,
die
we op
't
spoor kwamen, personen
straks afzonderlijk zullen bespreken
;
wij
zijn,
is
hebben nu slechts
momenten gevonden met relaties. Die relatiën brengen nu te weeg wat de Oude Theologie noemde met den naam oeconomia divina, een naam dien men aan het trinitarische leven gaf omdat ook in het huisgezin vader, moeder en kind een zekeren ternaar vormen, waartusschen relatiën bestaan, die als zoodanig dus, wat de samenbinding betreft, hier een analogie opleveren zoo heeft men dus de oeconomia in den stipten zin van de relatie, met drie
men
in
:
abstractie
van
al
het
vleeschelijke,
zuiver geestelijk genomen, overgebracht
op Gods Wezen, In
die
oeconomia divina nu
verschillen, de relatie waarin
is zij
het eenige, waarin de tot
elkander staan.
momenten van elkander
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's