Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 311
college-dictaat van een der studenten
§
De virtutibus
7.
293
Dei.
was geboren, geweest, van den aanvang, van de oudheden der aarde aan. Ik hier moet de zeer vage uitdrukals de afgronden nog niet waren", enz. Ook ding
rN?2
om
dienen
aan
te
toonen dat
begin ontbreekt.
alle
gewrocht en gedaan, roepende de geslachten Ik van den beginne? Ik, de Hecre, die de eerste ben, en met de laatste ben altegader Zijn 't bijgevoegd, einde dezelfde." Hier is tevens het begrip van het poëtisch vage uitdrukkingen, prachtig schilderend, gelijk de Schrift altoos met ons besef teekent, zoodat wij wel niet met ons begrip vatten, maar toch Jesaja
41:4: „Wie
heeft dit
gevoelen kunnen, wat dat „eeuwig" Job. 36 niet)
;
„er
is
:
Het
dat niet doorboren (npn-x^).
komt geen einde 6
Daniel
pv
wiens
9
:
dat
p'P^v,
Jesaja 44
„
6
.
.
en
.
wij
alsof
in
wij
weten het
Wij kunnen
den grond gaan boren
;
er
zijn,
in
dagen, die
zijne
in
dagen
dóór gaat, een
al
die er ooit zijn geweest.
„Ik ben de eerste en Ik
:
zich zette, wiens kleed" enz.
Oude van dagen
de
de gevorderde
is
:
is,
:
het getal zijner jaren."
aan. :
dagen
alle
van God beteekent.
„God is ook geene onderzoeking van
26
:
zijn
groot, en wij begrijpen het niet" (niet
ben de laatste en behalve Mij den
is
er
Mij uitstroomen,
Ik sta aan het begin, en laat is aan het eind, en ben de oceaan waarin al de tijd weer terugvloeit. Maar de rijkste explicatieve descriptie vinden wij toch in Psalm 102 :26—28. Het begrip „eeuwig' wordt hier gesymboliseerd. Hier wordt niet alleen
geen God." Dat en
:
tijd
uit
Ik sta
gedoeld
op
der
slijtingsproces
maar God
en het einde, maar ook op het daar tusschen liggend dingen. Alle dingen zullen verouderd worden en vergaan,
begin
het
Uwe
staande blijven.
zal
volkomenheid
krijgen.
vergaan, maar
bij
De
den Heere
begrip als van tvüv, Hij
blijft
is
de
en
i;n
jaren, o t^^in^
God, zullen nooit een einde, nooit doorloopen een proces, waardoor ze
geen verandering.
die Hij
is,
Hij blijft Xin, dat
is
hetzelfde
dezelfde.
en 4 en 8 wordt het begrip van het eeuwige beide temporeel Apocal. 1 'Vx'^) uit o) op x de en de in is naar de letter (daargelaten, of er zinspeling verleden, en elkander gelegd. God is, en achter Zich heeft Hij een eeuwig :
voor Zich heeft
Psalm 90 gelijk
Hij 4,
:
eene eeuwige toekomst.
coU.
met een dag van
Zietdaar,
eeuwige
2
Petr. 3
de heilige
wat de Heilige
Nog
geeft.
namelijk ook
als
éen
adiectief
:
Schrift
ding
8
stelt
duizend jaren, waarmee wij
week, die ons
moet
bij
God
explicatief
tellen,
geldt.
voor het begrip van het
hieraan toegevoegd, Het begrip wordt
gebezigd, niet van
God
of
den mensch, maar van
de Heilige Schrift ook sprake van eeuwig leven, eeuwig water, stellen? een eeuwige kroon etc. Hoe hebben wij ons daarbij het begrip voor te
zaken.
Er
is
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's