Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 722
college-dictaat van een der studenten
;
:
Locus DE Christo (Pars Secunda).
20 10
absolutie van hartstocht in actu coïtus;
29
het beletten van den overgang van den zondigen habitus organismi
3
de mededeeling van de
Wanneer
wij
justitia originalis,
evenals plaats had in
zoo nagaan, dan hebben wij de
dit
'nriTyJ-xcrcc
wel
't
Paradijs.
niet uitge-
maar toch door analoge momenten aangewezen, waar de metaphysische werking moet zijn ingetreden, om de y.xB-xptcrjuic te doen plaats vinden, legd,
Recapituleerende krijgen wij derhalve niet in Adams lendenen, maar eeuwig Adam, omdat Hij niet in Adam was. Dientengevolge beliep Hij geen erfschuld. En overmits de erfzonde den mensch alleen als straffe naar Gods rechtvaardig oordeel van wege de erfschuld overkomt, bleef dus ook de erfzonde bij Hem uit. Het in aanraking komen van de rein door God geschapen ziel met de b. zonde hangt samen met de vorming van het persoonlijk karakter, gelijk dit
Het subject van den Middelaar was
a.
hemelen.
de
in
dus
viel
niet
in
de gelijksoortigheid van karaktertrekken
uit
blijkt
Hij
van eenzelfde is
aannam,
zijnde
geen
en
Hij
de verschillende individuen als
persoon
menschelijken persoon, maar slechts de natura
humana
familie, geslacht en volk.
gevormd
bij
Overmits nu Jezus nooit
reeds van eeuwigheid persoon, zoo ontbreekt hier het
in
aanraking komen met de zonde.
vermoeden
Indien, gelijk te
c.
de Levitische onreinheid vanden
besloten worden, de impressio peccati met de centrale
mag
bijslaap en de baring
valt en uit
prikkeling van den menschelijken hartstocht in de generatie en conceptie samenhangt,
komt ook deze impressio Bij
d.
deze
in
bij
den aard van
den Messias „a Spiritu conceptum" te vervallen.
's
Middelaars wezen gegronde exceptiën, komt
eene bovennatuurlijke inwerking des H. Geestes op de persoon van Maria het oogenblik van hare conceptie en gedurende hare dracht, zoodat alle
bij
in
in haar ten onder werd gehouden en de werkingen persoon uitgaande voort werden gebracht door het motief van den
werking der oude natuur van
haar
H. Geest, inwerkende eerst op haar ziel en door haar
ziel
op het lichaam.
had bovendien ook een uitwerking Deze e. bloed in gelijken zin, als waarin de op het uitwendig materiëele van Maria's H. Geest bij den aanvang der Schepping op die materiële Schepping inwerkte cV^o-K^ao-^c ts'j
Gen. ƒ.
naar
1
:
De
TLvcó/uxtoc 'Aylso
2.
kwade, die de levensenergie der menschelijke natuur zoo val, is bij de aanneming
richting ten
ziel
als
naar lichaam verkregen had door den
dezer natuur door den tweeden Persoon
de inwerking van den H. Geest
—
in
de Drieëenheid even beslist
ten goede omgezet,
als
zij
in
— onder
het Paradijs
onder de inwerking van Satan omgezet wierd ten kwade. g.
de
Deze omzetting was erfschuld
schelijke
lag
natuur
niet
maar was noodzakelijk
wat
zijne
niet mogelijk bij
en dientengevolge naar
essentie
anders bij
dan
Hem,
betrof, niet
in
die,
een mensch als Maria, die onder
Gods rechtvaardig oordeel de men-
hare omgezette werking kon ontvangen,
van erfschuld
met de onheiligheid
vrij,
in
zelf
God was
en alzoo,
aanraking kon komen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's