Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 218
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE PROVIDENTIA.
218
staat
boven,
er
gluurt er
hand
met Zijne
aan
komt soms met
in,
Hij
is
Maar
hand eraan.
Zijn
structuur raakt, dan
die
als Hij
ook gebonden aan haar
krachten en wetten.
Op
geen wonderen
Op
veranderen."
en
nu
morrelt
standpunt komt
dat
als iets tegen- of bovennatuurlijks.
men
om
te
stuiten. niet,
er toe alle
Men neemt
zeggen: „Er kunnen
God om
doen,
de natuur-
heeft
daar
iets
wonderen
te
aan te
beschou-
als
de op zich-
Om
een wonder
de natuur
bestaande structuur met haar eigen wetten en krachten.
zelf
te
natuurkrachten
de
die
zijn
wel toe komen
er
eenmaal vastgesteld,
ordinanties
wen
men
dat standpunt moest
moet God met hooger kracht over die natuur triumfeeren, dus een
boven- of tegennatuurlijke werking doen.
beschouwing
Die
Men
God. die
dat
gelooft,
irreligieus
is
God van
en komt
God
een almachtig
krijgt
oogenblik
God wordt weggenomen, ook de standpunt
dualistische
van
stellen
feitelijk
neer op verloochening van
Voor iemand,
en een almachtige natuur. tot
oogenblik de natuur draagt,
natuur weg.
Maar
allen, die zich
is,
als
op het
een dualistischen kosmos naast en tegen-
God wel de wereld schiep als een archials ge God wegneemt, evenwel die Daarom huis, wanneer de architekt weg is.
over God, zeggen dan daarmede, dat een
die
tect,
wereld
moet
staan
evenals
blijft
ieder, die religieus
dat
wezen
een inzichzelf consistent
zijn
maar
bouwde,
huis
dat,
wil, die
iets,
natuurbeschouwing
als
zou de natuur
principieel bestrijden.
De eenige natuurbeschouwing, die met het geloof in een levend, persoonGod alleen alles van oogenblik lijk God bestaanbaar is, is de Gereformeerde :
tot
dragende.
oogenblik
Is
dat de
ware natuurbeschouwing, dan kan
iets,
dat boven of tegen de natuur zou
het
bestaande
niets
dan de expressie voor
welbehagen, de natuurwet voor
de
woord dan
:
Waarom
de
God
deelen
geen sprake wezen. elk
er
van
Want dan
is
gegeven oogenblik van Gods
anders dan de expressie van Gods welbehagen
niet
der dingen.
relatie
wat cohaesief
zijn,
Dringt
der
men zoo
door, en vraagt
wereld bijeenhoudt, dan
is
er
men
ten slotte,
geen ander ant-
en Gods alomtegenwoordige kracht.
God aan die door Hemzelf gegeven ordinanties, waarvan Hij van moment tot moment bron en oorzaak is, gebonden zijn ? Die binding moet dan plaats hebben 6f door God zelf, óf door iets buiten God. Buiten God kan niets wezen, wat Hem bindt, of het zou sterker en machtiger moeten zijn. Kan de natuur God binden ? Neen, want ze is Gods product
en
zou
nu
niet
vond,
vrijmachtig
maar
Kan een lex aeterna èn op Dan zou God in de Schepping
buiten Zijn wil geen oogenblik.
bestaat
zedelijk èn op physisch gebied
geweest
heeft
Hij
zijn,
God om de
binden ?
ordinanties te stellen, zooals Hij goed-
ze moeten stellen, zooals ze uit de lex aeterna voort-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's