Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 512

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 512

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera)

78

stem gehoord", verklaart

Ook

weer

hier dus

verder: „Ik zal

hij

hem

tot

een groot volk stellen".

drieërlei

mannengestalte

10.

een engel

20.

een persoonlijke

30.

tevens eene Differenzirung van dien engel met God.

Nu gaan

3.

in

God

die uit die gestalte spreekt

en

:

waar ons de offerande van Izaak beschre-

wij over tot Gen. 22,

ven wordt.

komen

Hier

doen

te

op verbondsterrein

wij

type van

als

de

met die offerande van Izaak hebben wij

;

van den Christus, het

offerande

dus een heilig

is

terrein.

Nu

op dat

wij

zien

waarnamen, maar komt,

de

wel

blijkt

opmerkelijke

deel viel

opgevat

waar

11,

in

het

dat

uit

verschijning die

genade

de

nin;" "?|X^p

dat die verschijning aan

iets dat bij

daar toch ging het alleen over de aardsche dingen

;

te

zoon van Mij heid

en

;

spreken als bode, maar nu volgt er niet

toch

in

hijzelf,

Ook

den

in

is

Hagar ;

niet

een groot

die openbaring aan

op den grond.

:

dus

begint

ten

verschijnt de

^Is

vers

In

gelijkvloers,

Abraham echter waar het de eeuwige dingen geldt, opgenomen in de hemelsche sfeer. 12 lezen wij dat de "^N^p zegt „Strek uwe hand niet

bij

Abraham

doen hebben met het verbond

volk en grooten invloed op de menschenwereld, daarom

"l^^/'P

maar met

spreekt,

den hemel nederdaalt, maar dat die ge-

den hemel met de aarde verbindt,

dat

Hagar dan ook Hier

vroeger

vertoonde als niet rijstende op de aarde, maar opgeheven

gevonden werd

^y^]

we

dat dezelfde verschijning hier voor-

;

staat dat

verhaal, hij

dezelfde

Die trek doet uitkomen, dat wij hier te

hemel. der

terrein

dieper

niet

trek ;

heilige

vers

uit

D^;pK^n"|Q

zich

stalte

veel

hier

onthouden hebt"

spreekt

vers 16,

engel

die

waar

;

hij

„nu weet

Ik dat gij

;

hij

uwen

arrogeert dus de Goddelijke waardig-

weer van God

zegt: „Ik zweer

hij

komen we dus weer

:

uit" etc.

tot drieërlei

bij

als

van iemand anders dan

Mijzelven, spieekt de Heere'\

onderscheiding die

we

kregen

bij

de bespreking van Gen. 16 en Gen. 21.

Waarom

staat

Omdat de hova,

en

t\)tv

hij,

nu deze openbaring hooger dan die aan Hagar? "^n^q

waar

hij

zegt

:

„Ik

zweer

bij

Mij zelven" als uitspraak van Je-

op die plechtige wijze spreekt, aan 't slot weer zegt zijt gehoorzaam geweest". Daarin, dat Abraham toonde

„Omdat

gij

God

vreezen en Zijne stem te gehoorzamen,

te

element, dat

mijner stem

bij

ligt

een zedelijk, een geloofs-

de openbaring aan Hagar geheel ontbrak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 512

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's