Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 261

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 261

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§ maintiendrai,"

243

Dei.

de volheid van beteekenis, die er

metterdaad

dit

is

De nominibus

6.

dezen

in

naam ligt. De eeuwigheid, de zelfgenoegzaamheid, de onafhankelijkheid, in éen woord de volheid van het Goddelijke Wezen ligt in dezen naam uitgedrukt. De schrijvers van het Oude Testament hebben dat dan ook zeer wel gevoeld en zeer duidelijk onderscheid gemaakt tusschen het gebruik van mn> en D^n^x*

De naam

wordt bestendig gebezigd, waar

w^rf?^

er sprake

God

van

is

de

in

schepping en het

rijk

der natuur, waar Hij optreedt als de Schepper van hemel

Maar

als

Hij

en

aarde.

genade,

geschapen

evenbeeld

voorkomt

mensch

bestaat,

is

schepping, het

wel eens

rijk

Maar

af.

regel

op den voor-

twtv

Natuurlijk, juist

is,

:

aan

zijn

Het duidelijkst

22 met Num. 27:16.

voltrekt over de ongeloovigen, leest

hulpbetoon

der zijn

Bij

den naam DTi^x.

gij

volk, staat

mn\ Zoo ook

waar gesproken wordt van de daden Gods

En zoo

zevenmaal toe volgehouden.

zijn er

dit

wel

uit

God

Waar er echter sprake vindt

de natuur

in

blijkt

het oordeel, dat

gij

ü''nbH,

tweede gedeelte, waar gehandeld wordt van Gods Woord en wet, tot

het

in

zoo zou onderscheiden worden, maar

verbond en de machtige werken der genade.

van

rijk

en den naar

der genade

eene vergelijking van Num. 16

is

Hem

omdat de herschepping rust in opkomt uit het rijk der natuur, wisselt het dat mn^ wordt gebezigd, als er sprake is van Gods

toch de generale regel.

het

de

des verbonds,

dan treedt de naam

Niet, dat zulks overal en altoos

grond.

God

de

als

betrekking, die er tusschen

bijzondere

die

in

meer voorbeelden.

Psalm 19

in

maar

in

n'in\

En dat

het

Trouwens,

deze regel wordt door niemand betwist.

Dientengevolge

staat

er

sprake van de übitd,

er

Dat komt

zelfs in

ook

"in^,

niet

:

"iDN

Q^rihit

ris,

maar

riin"»

n^N

en

ni),

is

nnii enz. van n"in\ niet van D\i^N.

ons eigen spraakgebruik ook

uit.

Menschen, die buiten de

genade leven, spreken altoos van het „Opperwezen", de „Voorzienigheid", des-

noods nog van „God", maar de naam Heere"

leeft alleen in

God

genade

men

niet alleen

aan

gelooft,

maar ook

Vandaar, dat op staatsrechtelijk in

eene

troonrede,

zigd worden.

ze

in

de

niet

theophanieën

kent.

het toebidden van den zegen

de naam „Heere", maar de naam „God" moet gebe-

Vandaar ook, dat men

„God Almachtig", dat

niet

zijne

terrein, bijv. bij

de kringen, waar

met de

op zichzelf engelen van

n')n\

bij

eene eedsaflegging

maar met

engelen D\"i)x.

DVi^N.

altoos

Vandaar

de

te

doen heeft met

Vandaar bijvoorbeeld ook,

mn^

^3{</»0

eindelijk, dat

zijn,

ook

al

zijn

voor de anthropo-

morphismen nooit gebezigd wordt bijvoorbeeld de Dvn^Nn Tj maar altoos de 16

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's