Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 76
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
58
Bijna niemand denkt
den.
„godsdienst" meer aan
bij
algemeene begrip van vroomlieid,
men
anders dan aan het te wensciien, dat
de Statenvertaling had onderscheiden tusschen „godsvrucht" en „gods-
bij
dienst",
en
iets
Het ware
braafiieid enz.
dien zin
in
Seia-tSxiiuovix
dat het eerste had gestaan als vertaling voor zjo-ifinx
nl.,
en het tweede evenzoo uitsluitend voor Axrpelx en
B-p-f^(rKix.
Bij
eerste moet men dan niet denken aan de „vruchten" en hare gevolgen maar aan de „vreeze", cf. „Gottesfurcht". Naast het woord „religio" hadden de Romeinen ook nog het woord „cultus",
het
nu door den invloed van het Fransch en van het kerkelijk Latijn bijkans
dat
geheel
is
vooral
bij
is
afgesleten tot het begrip van „uitwendigen eeredienst", in de kerk,
kingen
te
het
doen
altijd
aan
:
iets
maar met hen rekenen en
vrome leven
het ik
die
zei,
aan het
bij
Derhalve
daarnevens
zit
alles
er
is
moeten
wij
uitdruk-
dus: niet doen, alsof de goden er niet waren,
doen, wat de goden willen, dat wij doen.
den tempeldienst.
als in
Maar,
van afgesleten, en dus hebben wij ook
maar
„religie", gelijk
bloeitijd der
blijven
die
Men wachte
gebruiken
In
gelijk
niet veel
woord „godsdienst" en Vooral het laatste woord
het
onze vaderen dat deden. tijd
Reeds
wel aanbeveling.
gereformeerden sprak men over „van de
mee men bedoelde „gereformeerd Franschen,
in
ons gebruikelijke leenwoord „culte".
verdient in den tegenwoordigen
den
waarvan het
Veelvuldig gebruikt
aandacht wijden, er aan doen wat er
zijne
al is
dus evenzeer cultus
beteekenis
„colere",
niet in
zit
barbam, caesariem, amictum, terram, deum,
crines,
„Colere deos"
is.
dat
een veel wijder begrip.
is
agrum,
colere
als
beteekent
aan
Maar
plechtige gelegenheden.
afgeleid; „colere"
van
de
zijn".
Men
Hugenoten spraken
had
als
het begin van
waar-
overgenomen van de
dit
van
in
religie zijn",
„ceux
de
la religion".
wel, dit „religie" door een dwaas purisme uit onze taal te want het heeft nog dien teederder en inniger zin, die vooral in onze dagen van koud rationalisme van het woord „godsdienst" derwijs is afgesleten,, dat dit bij de modernen zelfs gebezigd wordt in de plaats van de uitdrukking „vrije vroomheid". Zoodoende is onder de kille aanraking van het „Nut" dit woord ijzig koud geworden en doet het u niet meer aan en verwarmt Maar uit „religie" vlamt u weer tegen de het u niet meer in uw gemoed. willen
zich
bannen,
gloed en verkwikt u weer de warmte van het levensbeginsel, dat onze vaderen dreef tot den strijd des geloofs. niet
2.
naast het
Spraken
Sinds
Laten
we dus onze
woord „godsdienst" tevens
we zooeven
Schleiermacher
het
taal
woord
niet
verarmen, door
„religie" te gebruiken.
over het woord „religie", we komen nu
tot
opgevat
in
is
het
begrip
bijna
altoos
„schlechthinniges Abhanglichkeitsgefüh
1".
de zaak zelve.
den
zin
van
Het moet erkend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's