Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 371
college-dictaat van een der studenten
§ terug
om
gotha
te leeren
daardoor nog des
De
Deze
den
te beter
343
ministro Dei.
van het kruis van Gol-
rijken schat
kennen.
Met de rechtsorde 20,
De magistratu tamquam
11.
heeft het ceremonieele dus niets te
maken.
moreele geboden.. niet
zijn
wisselend,
maar constant en duurzaam,
wordt uitgedrukt dan wat
niets anders
in
elk zuiver moreel
het moreele
gebod
de lex naturae gegeven was.
Maar
gebod heeft eene blijvende beteekenis en wel deze, dat
in
tengevolge van de zonde en de verduistering van het zedelijk besef
de kennis
is
van de lex naturae veelszins uitgesleten en onzeker geworden. De moreele wet
nu
de
haalt
lex
naturae onder het
Oude Verbond weer op en
Maar door geen enkele moreele wet komt 30.
ze vast.
stelt
de lex naturae
er iets bij
bij.
Er blijven dus nog over de leges politicae, die op de rechtsbedeeling en
rechtsorde betrekking hebben.
Vraagt
men
nu,
op welke wijze men daarmede
allereerst vast, dat er niet
een principe
uit
is
afgeleid,
waarin
ook, dat er niet één bepaling
is,
niet
die als
werk moet gaan, dan is,
sta
die niet
een beginsel tot openbaring komt; maar
nudum vorm
elk principium in een bepaalden
omdat
te
één van die geboden of rechtsregelingen
principium moet opgevat worden, is
ingekleed.
Nu moet men door om
de logische operatie van abstractie den vorm van het principium abstraheeren het principium te vinden.
gebracht
is
ordinantie
blijvende
Zoodra die logische operatie van abstractie
en het principium gevonden
Gods, die
als
is,
komt men
zoodanig geldend
tot is
tot
stand
eene duurzame en
voor
alle
eeuwen en
volkeren. Bij
al
wat aan de Joden geboden wordt, vraagt Junius naar wat hun als Wat den Joden in hunne bepaalde
creaturae en wat als Judaei geboden wordt. qualiteiten
hun als
geboden wordt, hebben
zij
niet
met ons gemeen, wat daarentegen
menschen bevolen wordt, nobis cum iis commune est. Wat den Joden Joden geboden wordt, blijft voor hunne rekening, maar wat hun als mensch als
wordt geboden, moet voor ons eenen anderen vorm aannemen. Zoo ontstaat b. v. de vraag, wat aan hen als menschen geboden werd verhouding
tot
hun land stond
den bodem en hun medebewoners, tot
de regentijden,
tot
bij
de bijwoners, slaven en
omstandigheden en gelegenheden. Doch
dit is regel,
in
de verhouding, waarin tot
de particuliere
dat men, wat de personen
moet abstraheeren, totdat men den mensch heeft bij de omstandigheden moet men abstraheeren, totdat men de algemeen menschelijke toestanden krijgt en wat het object betreft, totdat alle bijzondere qualiteiten verdwenen zijn en betreft,
;
de zuivere verhouding van hen
humanum uitkomt. Men mag niet zeggen
als
mensch
tot het object als
enkele bepalingen over te
nudum objectum
nemen en de andere onge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's