Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 464
college-dictaat van een der studenten
;
LOCUS DE FOEDERE.
70
Dit getuigenis
is
daarom zoo merkwaardig, omdat men hetgeen
wordt tegenwoordig besciiouwt er
een groote nieuwiglieid.
ais
de oorspronl<elijke Reformatie een opwelling van
in
Er
rijke,
erin
gezegd uit,
bliji<t
hoe
diepe gedachten
was, waardoor de verst strekkende ideeën werden uitgesproken. Die gedachte van Bullinger moet echter nader worden uitgewerkt. Het is maar niet genoeg te zeggen de verbondsidee is een gedachte der Schrift, maar ook moet duidelijk worden de uitnemendheid daarvan boven alle andere :
omdat de
concepties,
over
de
religieuze
waar God
religieuze idee eerst daardoor haar volle, ideale betee-
Het moet ons helder worden, dat overal, waar de mensch
kenis erlangt.
zelf
idee
gaan
nadenken,
is
gegaan, en dat eerst
gesproken heeft de religieuze gedachte
is
doorgebroken en ons
stemt tot dankbaarheid jegens God. afgedoold,
dat
zelf
mis
is
ze,
waar God
Zoo
hij
we
zien
tevens, hoe ver de kerk
zelf die religieuze idee als
is
verbonsidee gegeven
had, er niet meer van gerept heeft, en ze als een curiositeit van het verleden
gaan beschouwen, verbonden aan Coccejus' naam. Het geestelijk leven in de kerk komt niet door methodistische meetings. Die wekken slechts opwinis
Maar 't algemeen diapason van het leven moet weer zóó hoog men zich aan de verbondsidee vastklemt. Gaat dat weg, dan eerst nog een stadium, waarin men over formeele spitsvondigheden doodpreekt door menschelijke scholastiek, totdat men er toe komt ding.
worden,
dat
komt
goddelijke
de
menschelijke
opvatting
van
de religieuze idee
in
er
de kerk
voor de
de plaats
te
dwepen met Schleiermacher, hebben voor de verbondsidee oog noch hart, kennen haar niet anders dan uit de zoogenaamde foederaaltheologie, en loopen hoog weg met Schleiermachers groote vondst schuiven.
van een
Al die theologen, die
religie, die
bestaat
schlechthinige Abhangigkeit.
in
Waar komt het bij de religieuze idee op aan ? Op den band, die tusschen God en den mensch bestaat. Maar daarmee is niet genoeg gezegd. Die band moet ten
in
de eerste plaats
derde,
zoodanig
dat
die verhouding tegenover
gepleegd wordt,
hij
God
in actie
;
d.
ten tweede, een zelfgewilde
w.
z.
wordt gezet
;
op zulk een wijze, dat
en ten vierde vice versa,
band van God naar den mensch en van den mensch naar God.
een
waar
God en mensch aan God gebonden
die betrekking tusschen
mensch en de mensch zich gewild, het
een bewuste band
zijn
van Creator en creatura. ook,
maar dat
ook tusschen knecht.
Dat
God toch
weet, bewust, beiderzijds zelf-
en
religie.
Dus
geen religieuze verhouding
het
dier.
ook
van
Ook de
niet
in
de
;
actief in
niet in
de verhouding
God
en mensch zeer
Die betrekking bestaat tusschen
is
geldt
men
Eerst
zich aan den
opgedrongen, ook niet pro memorie op het boek, maar
niet
leven uitgaande, daar eerst heeft
zeker
God
bestaat, dat
die verhouding bestaat
verhouding van heer
starren des hemels
;
zij
tot
alle zijn Zijne
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's