Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 195

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 195

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§

Ten

De nominibus

6.

van deze relatieve tegenstelling tusschen God

spijt

wereld van het somatische leven,

dwaling schuldig gemaakt.

Zij

Udo

Deum

„Adv. Praxean", § 7: „Quis negabit

enim

corpus

est

iets

hebben zich aan deze

(Lat. Audius),

beriepen zich

voorkeur op Tertullianus, omdat

bij

dezen laatste vergisse men zich

bij

en de

tt-jc'j/xx

aan Gods

die

ook wilde, dat men aan God een corpus zou toekennen. Intus-

die volgens hen

schen,

menschen geweest,

zijn er

leven geroepen door

het

in

als re

toeschrijven. Vooral de Audianers, eene secte uit de vierde

wilden

corporeels

eeuw,

177

Dei.

sui generis in

sua

niet.

Zijne eigen

corpus esse

effi^ie." Later

woorden

zijn,

in

etsi spiritus est; spiritus

bespreekt

het ook in zijn

hij

„De anima" als zijnde niet een corpus met membra, maar een corpus ineffigiatum. Deze uitdrukkingen zijn wel gevaarlijk, maar blijkbaar toch goed bedoeld. De eenige fout is, dat Tertullianus het woord corpus bezigde in een

geschrift

waarin

zin,

het

mag gebezigd worden, omdat

niet

aard van het begrip corpus, namelijk

éene

waarin met bewustheid gedacht en gesproken wordt,

taal,

T\\TV

waarvan gesproken wordt

HNn^,

roeping (Exod. 3

Manoach,

die tot

zijne

beriepen

van een

D^"ii'X

vrouw zeide

bekende verhaal van Mozes'

zich er op, dat er gedurig in de

zij

nxi, bijvoorbeeld in het verhaal van

„Wij zullen zekerlijk sterven, omdat wij

:

iemand God zien en leven?" En

immers God zullen

die

zaligen, :

Ook

v.v,).

in het

gezien hebben." Voorts op die onderscheidene plaatsen, waar geschreven

staat: „Zal

13

3

:

wordt gesproken

Schrift

God

laat niet

toe.

Audiani nu beroepen zich vooral op de theophaniëen, de incarnatie en

Die

de

die zin ingaat tegen den

den zin van substantie. Dat

in

zien

eindelijk

7rpó<T(ji7ro-j

op het leven der geluk-

Trpbq

naar

TrpbcruiTrcv,

Men kan metterdaad

volstrekt niet ontkennen, dat er in de Heilige Schrift

genoeg uitdrukkingen voorkomen en voorstellingen gegeven worden, die bij

Cor.

1

12.

oppervlakkige beschouwing toe zouden leiden,

stelling

van

opgekomen Heilige

de behoefte,

Schrift

uitspraak

Eeuwige Wezen

het uit

niet

God voor

door

maar de

er

ons

ons eene zichtbare voor-

maken. Heel het paganisme

te

zich

raadplegen

te lichten,

uit

om

om

Doch

te stellen.

is

wij

dan ook

moeten de

er willekeurig hier en daar een enkele

Schrift door de Schrift zelve verklaren.

En

dan hebben onze vaderen terecht gewezen op die gansche reeks van uitspraken,

notio

als:

dat

clara

God

van

onzienlijk

de Schrift op

is,

dat

niemand

van hunne belijdenis verheven. Heeft men

dan kan men gaan.

De

tot

Hem

kan zien

dit punt, die onzienlijkheid dit

dan scherp

enz., en

Gods

in

het

tot

om

de

een stuk

oog opgevat,

de bovengenoemde anthropomorphistische voorstellingen over-

Wij hebben daarop vroeger reeds gewezen. plaatsen, waarin de onzienlijkheid

Gods met zoovele woorden

stellig

wordt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 195

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's