Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 289
college-dictaat van een der studenten
§ Dit
aldus
vooral te merken
is
voor
mij
berouw hebben van
gevoel
Dat
?
schuld
zondig
heb
ik
niet,
door
en
In Genere.
de Antinoininianen en Hebreen.
in
Nu
betaald.
A
der zonde.
„Mijn Heer en en Heiland heeft
:
straf
De gevolgen
5.
Maar waarom zou
nog.
mag
dat
ik niet
hebben doe
gevoelen,
te
redeneerden
Zij
de schuld voor mij geboet en
al
ik
schuld
39
ik
;
al
de
hierover
ik
want berouw
is
aan Christus' offer
te kort".
Logisch
is
om
bedroeven,
te
en
deze redeneering volkomen zuiver. Christus' verzoening bedekt onze en toekomstige zonden dus behoef ik er mij niet
tegenwoordige
verledene,
het over te
Tot
zulke
tusschen
ik
godslasterlijke
reatus
potentialis
voorbeeld van den jongen betaald
ruit
had,
berouw meer geen
te
tergende
actualis,
actualis
—
:
want
„Alles
U
men de
als
Het
voorbijziet.
distinctie
eenvoudige
Stel dat de jongen, nadat zijn
was over
antwoordde
immers voorbij
is
vaderde
misdrijf en als zijn vader
zijn
;
heeft voor mij voldaan"
ik
—
hem
behoef geen
zou
dit
dan
een dwaling die
wij dubbel te letten
op het onderscheid tusschen reatus potentialis en
;
beleediging
zijn ?
opdat de gemeente niet verleid worde.
Aanm. Reatus teekent
reatus
En toch is dat het standpunt der Antinoopkomt in ieders hart, ook in 't onze, en daarom
minianen
hebben
et
leert dit
gevoelen,
komt men,
redeneeringen
onverschillig
over onderhield,
er
;
nog zondig, want Christus heeft dat reeds gedaan, willen doen, is afbreuk doen aan Christus' Algenoegzaamheid. dat
het:
veroordeeld
dat of
hier niet juridice
is
men
in
maar theologice genomen.
rechten betrokken
vrijgesproken zal worden.
is,
Juridice be-
daargelaten de vraag of
Theologice
sluit het altijd
men
veroor-
in. En dit onderscheid is geen willekeur, maar moet zoo zijn. Immers den rechter bestaat onzekerheid, bij God niet, bij God is een direct doordringen van en zien in de schuld kan God niet anceps zijn. In de H. S. vinden wij voor reatus 'iy^^^'i-, ÓTróSiKog, wat den toestand
deeling bij
;
m^
van schuldig
D^H is
in
duidt
de H.
en
betreft
x^rix,
aan de schuld S.
wat de zaak als zaak betreft. met nxDn de zonde, de daad. Dit
Kpf.,ux,
ófzl/.-n.ux,
in tegenstelling
Ook
consequent doorgevoerd.
bij
de offers
is
naun de naam
voor de expresse, gewilde zonde, en dd*n voor de zonde zonder opzet geschied.
wat ons vanzelf
Iets
de wil niet gewerkt spraak met de H.
met een over
lijk
in
tot
de vraag brengt, of er schuld bestaat, ook daar waar Zegt men hierop „neen !" dan komt men in tegen-
heeft.
S.,
die offers eischt zelfs
aanraking was gekomen.
de Chatath-offers
Reatus, dit leeren
zij
op
met zulk
wanneer men zonder
Daarom
een
het te
weten
treden Ascham-offers tegen-
diep dogmatische beteekenis.
ons, hangt, kleeft aan de zonde,
ook
al
gewerkt. "'
De
heeft de wil niet
19
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's