Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 983
college-dictaat van een der studenten
Caput V
De Mediatoris
.
Officiis.
§
De
9.
miinere regio.
167
met ons hoofd denken wij en wat het hoofd denkt en wil moeten de andere leden volbrengen ons hoofd heet daarom niet alleen t^NT maar is ook de tTNT van ons lichaam. Nu gaf God de Heere ook aan andere leden ;
behalve aan het hoofd, macht over de functiën van het lichaam en hoe beter en harmonieuser die onderlinge maatschappij nu werkt, des te gezonder zijn wij. Wie aan de ondergeschikte deelen, bijv. aan de maag, die bestemd is om te die-
nen, de heerschappij geeft, verbreekt de harmonie
om en wordt ziek. Wat in het organisme
;
keert de van
God
gestelde
orde
Ook
natuur.
daar
stoffen-,
planten-
schepsel
heerschappij
Gen.
1
Ook
toegekend
;
en
dat
niet
Het
eerste
rh}2;_i2^
d.
i.
figuurlijken
in
is,
geldt evenzeer
de
in
spreken van delf-
wij, als wij
in die rijken
andere.
't
duidelijk
en dat bedoelen
en dierenrijk.
over
mensch
een
—
16; aan de zon wordt daar
:
schen)
van
zijn rijken
schonk God aan het eene begin daarvan zien wij in
heerschappij (van zin,
neen de zon
''K^q
is
heer-
absoluut
koningin
in de natuur en heeft een zoo geweldige heerschappij, dat van haar gunst leven en dood, welvaart en ellende afhangt. Alles hier op aarde plant, :
en mensch, doordringt
dier
—
andere ster
met haar macht. De zon maar God de Heere gaf haar heerschappij zij
is ;
dus
wel
elke
niet als
niet een heer-
door het woord (gelijk bij een aardschen koning) maar door haar doch daarom geenszins minder reëel of wezenlijk. In Ps. 136 8
schappij stralen;
:
vinden wij
dit
weer.
Gelijk nu in de heele natuur de zon heerschappij voert, zoo is in het plande ceder de koninklijke plant Jer. 22 15. Er is daar sprake van een koning, die „zich met den ceder vermengd had" en nu een hoogere heerschappij tenrijk
:
over de volkeren najoeg. uitdrukking, voor wat
op
adelaars
Hoogl.
5
:
uitverkoren
zijn
15
v/ij
„Zich met den ceder vermengen" zouden noemen den ceder opsteken :
is
een symbolische
— gelijk Napoleon
veldteekens schroefde en andere veroveraars een leeuw.
staat
't
zelfde:
onder
gelijk
alle
boomen des
In
velds de ceder
is Hij, de Bruidegom, onder de menschen uitverkoren. onder de metalen het goud door God met heerschappij bekleed. Dat zien wij in Job 37 21 en 22; in vs. 21 is sprake van het licht, dat niet
Evenzoo
is,
is
:
gezien wordt, omdat donkere wolken de zon bedekken; maar nu komt er een wind en vaagt de wolken weg, zoodat de hemel weer rein wordt. In vs. 22
wordt
het
openbaart expressie
effect
zich
daarvan
de
voor de majestas Dei
Sterker nog wordt wij
in
de
beschreven
heerlijke glorie
dit,
dierenwereld
—
als wij
vier
dragers van de majestas Dei
als
komen
wezens zijn.
:
in
Gods.
:
't
Noorden komt goudglans en nu is het goud dus genomen als
Hier
zinnebeeld van Gods koninklijke tot
Ji^'x.
de bezielde wereld. Zoo ontmoeten
stier,
leeuw, arend en mensch, die de
Dat de leeuw zinnebeeld
is
van de koninklijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's