Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 94
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE SACRA SCRIPTURA (PARS PRIMA).
80 Hierbij
4 haeresiën,
zijn
weten
te
2 zondige opvattingen van de transcen-
:
dentie en 2 van de immanentie.
Dwalingen der Transcendentie.
I.
iste
ten
de
verste
van
die
is
kracht
2'^e
Neemt
daarin
gij
ook
gemaakt kracht
opwinding,
de
maar
het
den
met
goed
niet
God
anderen
kant
God den mensch
bekreunt
en
;
dat
God nu
belangstelling
immanentie
God
zich
treedt.
er
is
die zelf-
wanneer
en,
tusschenbeide
loopt,
voor de
;
Pelagianisme
het
voor, dat
dat Hij daaraan een zekere mate van
;
gadeslaat
buiten
wordt
en den Schepper.
Zoo wortelt zich
opwinden kan
zelf
machine
dus wel
aan
zich
stelt
alle ketterij
geheele Dogmatiek zuiver; gaat
verkeerd.
alles
de ledige ruimte
in
schepsel
het
uw
is
Pelagiaan
selfmoving
die
staat
ook
De
een soort uurwerk
als
zoodat
menschelijke
mensch
is
quaestie.
heeft gaf,
een massa levens-
bekreunen.
te
verhouding tusschen
de
dan
mis,
deze
in
om
uurwerkmaker,
een
is
heeft, er
opgewonden en nu
heeft
verhouding zuiver, dan
die
gij
gemaakt
van het Pelagianisme. Het Pelagianisme en
die
gekend aan
altijd
het
zonder er zich verder
laat liggen,
ten
gebracht,
heeft
in
God
Deïsme.
liet
die het grootste uurwerk van den KÓcr/ucg
De
geen oog
om
toch
het
schepsel.
Dwalingen der Immanentie.
II.
1ste
ten
recht
het
Pantheïsme; deze
tegenover het Deïsme.
zeggen
God
van
die
Plato,
komt
Aristoteles,
van
Hegel
schepsel
zijn
in
loochening
Het
de
leert etc.
eerst
:
is
de
en
schuldigste
„God wordt
in
staat lijn-
de Schepping."
Zoo
Het schepsel wordt dan hoofdzaak en tot
transcendentie;
bewustzijn.
men
Dit
krijgt
dan
is
de
absolute
de
eeuwige
schepping. ten
2«Je
die
men
bij
werking Gods op
de Vermittelungstheologen vindt, dat
het
schepsel
nl.
de onmiddellijke
geloochend wordt en alleen een middellijke
werking door het schepsel erkend wordt.
Geen
van
beide
moet op
zij
gezet,
maar beide moeten
tot
hun recht
komen.
De Transcendentie komt volgens de Geref. hierop 1ste dat God is vóór het schepsel, zonder het
ten
neer schepsel en onafhankelijk
van het schepsel. ten
dat
2de
het
dat
het schepsel niet bestaat dan gedragen door den Schepper en
centrum van het Goddelijk leven
altijd
boven en buiten het schepsel
blijft.
De Immanentie moet onderscheiden worden 28 Cor. 6:19):
(Hand. 17
:
>
I
in
sustentatio en inhabitatio
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's