Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 622
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Creaturis Materialibus.
24
maar dat Hij ze ook wanneer het
van
macht
den
van
zijn,
oogenblik
het
De wonderen
om
dezelfde
een
einde hebben, omdat anders een
reden
is
ook een
het
dat door de zonde het rechtstreeksch ver-
af,
de schepping ophield.
in
dus op
zijn
Nergens
vatten als teekenen propter gloriam Dei, en wel
te
den mensch de macht
in
uitoefent.
dingen
alle
draagt en andere kan
Om
God zou komen te staan. Zonder de wonderen God geen God zijn, maar zou de natuur God gewor-
zou
God
schijnen van
dat
oogenblik
tot
behaagt.
tegenover
Parousie
de
en
schepping,
der
eisch
eeuwige
oogenblik
Hem
volgen,
de gewone loop der natuur op
te breken, die
dus
geeft
wonder
het
hem
het denkbeeld van een verbreken
van het natuurverband, maar wel van een gepotenzierte, immediate werking.
kunnen
Wij
hem met touwen
iemand door
hij
Daarna
blijven.
kracht
maar
predikant
gaat
hij
:
9
3,
zal
God
echter
13
beginnen met
God
22;
Rom. 9
zelf
toonen
:
17;
Een
brengen, maar later
te
is dus, dat in den gewonen loop wonder onmiddelijk werkt. Het gevolg
een
bij
Er
hetzelfde.
Zee", staat, dat
schuit,
zonder vaartuig.
Het onderscheid
middelijk,
waar van
zal
zijn plaats te
overkomen met een
preek op schrift
zijn
eerst
;
verkrijgen door de
effect
het
hij
bioloog
dwingen op
hetzelfde
doet
heeft,
een
bij
eerst een rivier
zal
geleerd
improviseeren.
zaken
is
Iemand
zien
vast te binden,
banden
zonder
hij
zwemmen
hij
jong
der
zal
oogen.
zijner als
gemakkelijk
onderscheid
dit
gebeurt
niet
iets
het deed met een sterken arm.
114
Ps.
wil, dat Hij
3—8.
:
—
tegennatuurlijks.
Cf. Ex.
wonder „de doortocht door de Roode
het grundlegende
Het
God
is
Cf. Ex.
:
8; 13
:
21
die in de natuur
almachtig,
Vandaar dat onze
transcendent boven de natuur staat.
pantheïstische eeuw, die de immanentia op den voorgrond
14
stelt,
de wonderen
a
Deo homini
tracht te vernietigen.
De
8.
Verhouding van
den
!?
n n
mensch
den
tot
5—10.
is
Wat
:
zeggen? want Niet, maar mensch den tegenover de natuur is wel degelijk een macht macht vormt, waaraan die wereld onderwordat de menschheid een om die pen is. Aan den mensch is nu een tweeledige taak gegeven wereld te bewaren en te bearbeiden. Het eerste, het bewaren van de wereld voor verkeerde invloeden, heeft de mensch niet gedaan, want de subjecta
Gen.
est:
dat
1
mensch
elk
:
28
Ps.
;
absolutelijk
8
:
macht
heeft
over
wil
de
dit
— —
natuur
:
vijand er
wat
uithalen
mensch zelf
binnengedrongen.
is
over
wel
dan
er
in
vervuld,
komt
zij
is,
Het het
althans er niet.
tweede,
uitlokken ten
deele.
het
der
bearbeiden
verborgen
Laat
der
aarde,
het
krachten, heeft de
men de natuur aan haar
Aardbevingen, stormen en overstroomingen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's