Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 227
college-dictaat van een der studenten
§
moment
Waar
bij.
telijk
de tkotIx op.
citeit
en
die
moet,
den
hoe
en
Zoo
van
licht
dat
connexiteit
zijn
Maar
bestaan
te
Ty.orr/.
Vandaar het eigenaardige het donker doet. Als een
in
liefst
zijne
geneigd zulks rond
ontstaat
tusschen
het
licht
en onze zondige werken.
ons
in
de
moordenaar en den wellusteiing.
op 20 104
scheid Ps.
:
het
al
merken
te
— 23:
om hunne
wouds
naar
maar
wilde
uittreedt;
God
tot
De mensch
en
en
t-kotIv.
mensch
opzettelijk
dan
er niet,
Gaat men
is
over
zijn,
er natuurlijk
dus van
het
uit
denwelken
om
een
zij
zich
uit tot zijn
werk
is
voor
het onderscheid tusschen de
en de wellustelingen van den nacht.
aan de andere zich
in
des daags; de nacht
licht
licht
dus door den mensch
Hier schuilt ook het verband tusschen if/cC-Jj^-
schildering
Alleen de mensch en de aan den
wordt deze beschouwing van het
practijk gebracht.
eenzelfde onder-
is
gaat dan
te
den
dief,
de jonge leeuwen, brieschende
den avond toe."
kinderen Gods, die „des daags"
eene
ons heen
zoeken; de zon opgaande, maken
te
Zoo maakt de Heere Jezus
roofdier.
Effective
om
a-Kzri.x
symbolische
de
mensch geacclimatiseerde dieren zoeken het het
verkeerde han-
Bij
de dierenv/creld
aan
wat
Dit verklaart ook
de duistenis en het wordt nacht,
hunne holen.
in
arbeid,
zijn
van
spijs
weg, en liggen neder en
opzettelijk de
Ja, zelfs in
denkt
;
„Gij beschikt
des
gedierte
roof en
om
lust,
liever.
en onze heiligheid,
Des nachts komt de ure van den dronkaard, den
legeren.
laten
bazuinen
te
booze stukjes verbergt het
de Schrift zegt van de werken des nachts en des daags. delingen
altoos de volle vera-
mensch gehinderd, wezen eigenlijk zijn
innerlijk
zondigt.
hij
om
natuurlijk die
het, zelfs te veel,
is
brengen".
tusschen de
als
omdat
is,
hoe
ziet,
mensch dat zondige
de
licht te
er
blijkt
zoowel
Daardoor wordt
het werkelijk
dat
„aan het
en
toonen.
goeds doet, dan
iets
gewild wordt, daar zoekt men opzet-
niet
^joj^-
209
Dei.
Het (pw toch heeft de eigenschap,
glans
verschijnsel,
kind
namelijk het
realiteit te
bij
De nominibus
6.
zijde.
De
ij/cvJ^^-
en zijne daad tracht
te
(fhi;
is
en
yJ:r,^i(x
in
aan de
de tkotIx, die de
werpen.
Is
die leugen
<p'jiq.
juiste
grondbegrip
dan komen
uit,
we
bij
het
<p'>ic
wijze van consequentie vanzelf tot zijne ethische beteekenis.
bij
De
Schrift geeft ze ons in de antithese
tegenstelling zoo absoluut mogelijk t-kotz-jc itfjixc
geheelen
1
:
brenging Tz~j
•jr.sit
Efez,
:
o-kstlx.
'67r(j»; ry.,;
KxXi(TxyToc ik ro ^y.'jfxxrrhy xiro'j (pw.
toestand
van den
in
bestaan der dingen daar, waar Col.
van de
genomen:
\n
1
Petr.
2:9isde
kpcTx<; k^x'yyv.XYiTi tc'j Ik
Hier duidt de tkotIx den
zonden verzonken mensch aan, en rö
God
(p''.>^
het
heerscht.
13 doelt evenzeer op onzen ganschen toestand voor en na onze toecV 'cp'j<Txro
hfio.'?
-y--
'^C<7
z^^'^o-ixc ts~j tkóto-j^; kxI [xirirrTriO-i-j
iU
t);j fix.rnXdxv
Tr,c kyy.Tcyia xlro'j.
5:11:
y.xi
/xri
a-yjy.scj'^vv.Ti rstt; ïpysct; ro^t; cxKapTTOiq
roü (tkótoih;, fzxA/^sy Sè
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's