Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 262
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
244 de
"i^
mn\
van
enz.
"'S
De Elohim
meer de transcendente God,
altoos
is
Maar
Eeuwige Wezen tegen ons over staat. genade laat uitvloeien, dan is mn'' zijn naam. als het
We
5^.
toegekomen aan den naam '•m
nu
zijn
God wordt
die aan
proprium,
Dat
tot
wordt gebezigd.
veel
ni^
als
we
later
over eene attributieve kwali-
niet
spreken over
een nomen
als
""ji^'
benoeming van den Heere gebezigd.
naam zoo voorkomt,
die
we we
toegekend, maar
van eene
niet
eigenschap Gods handelen
als
die
zijner
Al aanstonds wil ik er
naam Gods,
handelen van een
Hier echter spreken
de virtutes Dei.
teit,
hier
Over de almacht
zijner eigenschappen. bij
we
op leggen, dat
nadruk
den stroom
als Hij
en als
Hij
komt
het best te zien in het boek Job,
is
in
de Schrift voor
in
vertaald als „de Almachtige" en als
''i^ ^N,
waar
hij
twee vormen, namelijk
^God de Almach-
tige".
wat de beteekenis aangaat, moeten wij
•Voor
forma
de hoedanigheid
Hebreeuwsch
We
mn^ av
verwoesting
eene
„Als
hier inderdaad
ntrs
nij^js
ly^ voorkomend, dat
in
dag, waarover
hebben
(ntr)
1
We
zien dus, dat beide Jesaja en Joel den
"iti^,
verwoesting, en
„Verwoester"
ging
andere
machten
krijgen
we
het
sterker
veel
te
:
vertalen.
Hoe
Hierdoor, dat
is
dan
in het later
13
:
6: mif^
zal hij
"'S
l^^i?n
allitteratie
komen,
nl.
die
15 vinden wij dezelfde woorden.
toch
is
men aan
die beteekenis van „ver-
eigenlijk uitdrukt: zulk eene
"it:^
is,
dat
;
zij,
reëele, Bijbelsche begrip
ons Hollandsch
overmacht
het denkbeeld dus al
maken ook
tegen haar op, toch overwint en triumfeert.
zich echte,
waardoor
doen hebben en de Israë-
blijkt uit Jes.
de grootste denkbare macht, die zóo sterk
van
is iti',
eene
beteekenis overeenkomt met
in
geen enkele tegenstand kan blijven bestaan
dat
bezitten,
De stam
is
samenhang gevoeld hebben tusschen Toch zou men verkeerd doen, indien men nir door
niif.
woesten" gekomen?
nc'
doen met een poëtische
hier te
In Joel
letten, dat
feestelijk, enz.,
van den Almachtige (ni^)
huilen moet."
gij
""^n,
met deze etymologie
deze afleiding ook bewust waren,
lieten zich
:xiT
gelijke wijze als bijv.
zoodanig wordt uitgedrukt.
als
alleen
we
Dat
TIN.
op
piëlica adiectiva,
op
er
alle
Eerst zoo
van de „Almacht Gods", dat
„almachtig", want dat
woord
leeft
niet.
Bij
het oorspronkelijk begrip ontstaat direct het denkbeeld van eene worsteling
en
eene
overwinning,
bij
het
Hollandsche
woord denkt men meer aan de
schepping. nii'
tigheid
is
dus de Almachtige, die tegen
in
den
strijd,
welken de zonde en ongerech-
de heiligheid des Heeren hebben aangebonden, zekerlijk trium-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's