Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 156
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Dpp (Pars Prima).
138
begrip in
Aanvang
is.
dat iets wordt geplant, gegenereerd, gesticht, of
is,
den meest absoluten vorm
de Grieken
de
en
onzin.
natuurlijk
wat aanvang
grond
alle
dus passief
heeft,
om
het
Want wel spraken is
heeft stelt iets achter zich, dat dien aan-
geen aanvang mogelijk. Aanvang
er
is
Daar nu
wordt geponeerd.
:
van een parthenogenesis, maar dat
philosophen
latere
Iets
vang poneerde, anders passief begrip.
zeggen
te
wezenheid
relatieve
dus
is
het absolute
in
een
altijd
Wezen
haar
kan ze een aanvang hebben. Maar het absolute
is,
Wezen kan geen aanvang hebben, wijl er dan eene andere macht noodig was, door welke God was geponeerd geworden. En achter Hem is niets. Hetzelfde geldt van het „eenig". Vaak heeft men gevraagd, waarom er geen twee of drie goden, geen twee of drie absolute wezens konden zijn. Men stelt dan,
dat er
weg
het heelal en de God, die wij kennen
is
en eindeloos, eindeloos
;
vacuüm weer een ander heelal met een ander absoluut wezen, met een eigen „God" waarom kan dat niet ? Antwoord Alle coëxsistentie stelt eene relatie, en door het stellen van een relatie heft men de absoluutheid op. Men
ver
het
in
:
;
kan die voorstelling dus wel tegenover kinderen en jongejuffrouwen uitkramen,
maar
sluit alles
in
De
zich.
zou
En
wezen.
toch
een heelal ? Immers alles?
is
men twee y.za-fist, omdat dan geen van beide het
heele voorstelling dus, alsof
van elkander geïsoleerd, kon denken, heelal
Wat
tegenover denkende koppen.
niet
Het heelal
onzin,
is
men nadenkt, weet men
als
ook, dan
men
niet
naar
afstanden heeft te vragen, maar te doen heeft met het zijn; door welke onmetelijke
toch
afstanden bestaat
er
de
wij
vaste
tusschen
bestaan geponeerd wordt.
dan
zou
ik
bij
Wij
ignoreeren.
het
Evenzoo,
waarlijk
hier
heilige dingen, die de realiteit raken.
van een god, van wien
ik
welke door het beiderzijdsch
twee goden zou willen denken,
als ik mij
God
bespreken van den eenen
spreken
Immers door de werkingen, wat
ook van elkander gescheiden denken,
sterren
die alle coëxsistentie,
die ik
niet
Hoe kom
van
Hem
den anderen
niet
kunnen
over oisieve kwesties, maar over tot
de belijdenis van
bespeur ?
Welnu, hoe zou
ik
God
?
dan
ik
nooit eenige werking gevoel of nooit in mijn bewust-
nemen
Van tweeën éen hij Werkt hij er niet op in, dan kan er ook geen denkbeeld, geen bewustzijn van hem bestaan. Onze God toch kan ons dat niet mededeelen, of er moet eene openbaring, kennisgeving of wat ook uitgegaan zijn. Stelt nu, dat er eene tweede god bestond, die op onzen kosmos geene inwerking had, maar onze God wist van zijn bestaan af, dan was er immers coëxsistentie in bepaalde relatie, ai was het alleen in die van kennis. En stelt ook, dat onze God er niets van afwist, hoe kon hij zijn
merk, notie
werkt op den kosmos,
dan
ooit
in
ons
kunnen in,
of
bewustzijn
hij
opkomen
tweeden god mogelijk. Of wel,
in
werkt er
?
mijn denken ?
niet
Er
op
is
:
in.
dus geen suppositie van een
stellen wij daarentegen, gelijk dit bijvoorbeeld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's