Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 744
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
54
om
met de zaak moet wezen
geest
wezen der zaak
het
den
te doorzien, in
Heere Jezus niet gevonden werd.
Nog
opgemerkt,
zij
en vrouw
drukken
te
uit
yT wordt gebezigd om de gemeenschap van man
dat
Gen. 4
(cf.
„kennen" ook uitkomt
van
welke
praegnante
in
en dat de diepe praegnante beteekenis
woord
het verband, dat dit
ook
beteekenis
1)
:
heeft
met „kind",
teksten van het N. T. weerge-
enkele
in
vonden wordt.
Na
Wanneer
II.
nemen,
dan
belijden,
te
die
de quaestie van het besluit
wij
schuilt
de
wisseling,
van atomen
Deze vraag
dan
of wij al
hebben
niet zulk een besluit
alle
denkende geesten heeft bezig gehouden of wij der dingen niets hebben te zien dan een spel :
veelheid
is,
waarvan
al
verschijnselen niets zijn dan de openbaring en uitwerking.
hield de Grieksche philosophen bezig
tegenover
opzichte
dien
te
:
zelf.
den meest generalen vorm
of eenheden, of wel, dat er eene hoogere eenheid
onderscheidene
de
de vraag
in
de zaak
tot in
de groote vraag van de eenheid of veelheid der wereld, de vraag,
eeuwen door,
alle
de
in
hebben ingezien, komen wij nu
dit alles te
de
elkander
in
;
den ouden
tijd
stonden
Stoïcijnen en de Epicuristen, in de
middeleeuwen de Thomisten en de Scotisten, de Nominalisten en Realisten, en
kwam
die vraag
weer aan de orde
later
de Arminianen en Socinianen
bij
ter
eene, en de Gereformeerden ter andere zijde.
Wanneer men een hoop steenen los op elkaar neerwerpt, komt elke steen te staan men heeft dan velerlei, zonder eenheid van gedachte maar wordt van die massa steenen een paleis opgetrokken, dan heeft men
op zichzelf
;
hoeveelheid, zonder aan steenen te denken
diezelfde
daan, dat zulk een paleis eene tot wij
nu
zien, tot
in
het
daar
ligt
éénheid
gewone
leven
vergelijking
met
komt dan
hier vanis.
Waar
telkens zulke tot éénheid verwerkte veelheden
kon geschieden, zonder dat
niet
bij
eenheid
was eene
er is
eenheid, een plan,
geplaatst.
de Grieksche philosophie,
Arminianen
de
in die
tusschen een hoop steenen en het opgetrokken huis,
tegenstelling, die wij strijd
dit
éénheid verwerkte massa steenen
de conclusie voor de hand, dat die saamvoeging van veelheid
een bestek, waarnaar het vele
Die
;
en
nu weer
in
den
de middeleeuwen,
in
strijd
de
is
in
den
tegen de philosophische
scholen zien opkomen. Zien wij het
vele,
stuur,
die
in
een land, eene stad,
dan
is
er
maar dragen
willen
geen alle
alles
dingen,
in
onzen eigen persoon,
in
de
historie, alleen
beheerschende gedachte, geen eenheid, geen alle
menschen
samen maken dan de wereld
uit.
in
zich een eigen wil, en
Wanneer men
echter van
geïsoleerde opvatting genoeg heeft, en dieper doordenkt, dan ziet men, dat niet
bevredigt
;
gaat
men de geschiedenis over eene eeuw
bijv.
na,
dan
al
die zij
ziet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's