Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 12
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE Creaturis.
Xii
P
4.
1
a n
t
a e
A
et
1.
Hun wereld een
2.
Die praeformatie
n
i
m
a
1
28
a.
i
waardoor de natuur tot den mensch opklimt. 29 geen schijn, maar realiteit. 29 30 3. Dispositae sunt ad hominem èn de planten èn de dieren. 32 4. De opneming van het dier in 't menschclijk leven. 33 5. De mensch heeft last gekregen om dier en plant te verzorgen. mensch en h. dier h. sterkst u. h. 6. De connexus psychicus tusschen d. [sacrificiura. 34 Het zieleleven der dieren. 34 Bij
de planten de dieren
Bij
den mensch
Bij
is
scala, is
het leven somatisch.
„
„
„
„
„
„
„
„
en psychisch. „
en pneumatisch.
„
De scala creationis; II. bij den mensch geen so o r tverschil; De dieren zijn niet uitsluitend in usum hominis geschapen. 38 De historie der dieren. 38
I.
in
De toekomst.
der dieren.
42
LOCUS DE HOMINE.
C.
De mensch
de metamor[phose. 37
40
Onreine en reine dieren.
De symbolische beteekenis
1.
III.
onderscheiding van de engelen en de redelooze natuur. 3
Van de geheele anthropologie behoort tot dezen locus alleen wat 3,4 door intieme mededeeling Gods over d. mensch aan d. mensch is geopen3e, Niet de mensch, maar God is het motief van het onderzoek. 5 [baard. 4e. Waartoe de mensch geschapen is. 5 ie,
2.
2e.
De imagine
7
Dei.
Het scheppingsverhaal hierover. 7 Beteekenis van Db)i en m^l. 13 IJ^D^XB: „naar ons beeld" (archet.) of „als ons beeld" (ectyp.).
14
Het gebruik van 't woord „beeld" in de H. S. (beeld v. Christus, Imago archetypa en ectypa. 18 v. d. mensch, Onder de imago archetypa is niet Christus te verstaan. 19 Als „beeld 3.
10.
v.
God" ook
in
het
Dichotomie 1.
2. 3. 4.
5.
6. 7.
De
wezen
v. d.
mensch
tusschen een zichtbare en onzichtb. zijde
en
t r
i
c h o
drieërlei
v. zijn t
o
m
i
wezen e.
is
Satan, 16
onderscheiding
:o-'j),ax)txrfvx,>7;
:
23
23
De f:^/,/^ niet gegenereerd door a-xpii en tweede substantie naast het a-'vjux geschapen. Beteekenis der woorden. Het zwaartepunt ligt in de pi>y^r. 27 Weerlegging v. d. plaatsen, waarop de trich. zich beroepen. 29 trich.
maar
v.
enz.).
pantheïstisch.
als een
tt'^ïj/lcx,
24
26
De geschiedenis v. d. leer der trich. en dichotomie. 31 De leer v. d. dich. bevestigd door ons menschel. bewustzijn. 32 „Persoon". 33 De dich. indeeling haar diepsten grond in 't goddelijk wezen zelf. 35 Het
„v'^/ux"
Xa/?^ en
X(/u.x
(voor de ipxTx) even (nutritieve elementen)
onmisbaar
als
tege:'CVCr aw/Ctx
de
^i>x^,
(structuur).
(vjor de y.ópxrx).
36
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's