Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 674
college-dictaat van een der studenten
:
Locus DE Christo (Pars Prima).
126
mannen
waarneemt
en
toch
Abram
spreekt
maar
een
„"•JiN"
teekent de Masor. annotatie terecht aan
kenen
toe
vandaar
;
„mijne heeren" maar het
:
die drie personen er ^yiN.
9 lipxX
vers
In
Heere zeide
sprake
dus
zijn
nu
spreekt dus onder
eens
wat
terug,
en
Dn^js^
:
vers
in
1
i^3X"n
vers
in
gezegd was: de
mannen meer, maar daar is het tot een In vers 22 komen de drie mannen
niet drie
—
Waar men kon denken
twee engelen.
mannen één Goddelijke
is.
in
In Gen.
Gen. 18
apparitie waren, blijkt hier dat er
twee
Immers Jehova blijft staan, houdt de beide anderen naar Sodom gaan. Een was er dus bij, in wien
terwijl
anderen waren begeleidende engelen; wat vers 22 van
de
Cap. 18 deed vermoeden, maakt Cap. 19 Gen.
28
12
:
— 15
Cap. 18
te Bethel; in
de woorden
tent,
;
waren van God onderscheiden.
bij
Jehova verscheen, In
óók betee-
Eveneens vers 20.
van
sprake
is
de drie
engelen op,
Abram
n.1.
lezen wij daaronder door, dat het een apparitie van Jehova 1
:
dat
kon
het
;
aanspraak
de
bij
er
23 alleen Jehova. In dit hoofdstuk vinden wij dus mannen (en wel concreet, want zij eten en drinken) en
de apparitie van drie toch 19
^ip
:
meervoud
't
vers
in
;
weer
wij
persoon geconcentreerd. ter
^n
Tr>.''?^?
hier „Mijn Heere".
is
komt op
13
daar
;
3
mannen
drie
maar een aan en dezen met den Goddelijken meervoudsvorm
hebben
8
vers
In
weer
vers
in
die
in
vinden
alles concreet: het slachten
is
maar
van een
in
kalf,
een visioen het eten, de
Cap. 28 hebben wij ook een Theophanie maar op een
in
;
tot zekerheid.
dezelfde Theophanie
wij
gansch andere wijze. Gen. 32
In
25—33
:
deze
(S^'N
D\~i^N
het
was
daarentegen weer het concreet-reëele
is
met Jacob worstelt en geen
U'^n,
was,
wezenlijke
28
vers
in
maar
aan
hem
een
apparitie
want vers 29
;
een man, die
wat is uw naam ? en van een li^'N, waarin
vraagt
staat, dat
:
Jakob geworsteld had
„met den Heere." Ex. 3
In
lezen
2
:
dat de engel des Heeren aan
wij
vers 4 dat de Heere zelf in het braambosch
ben de
„Ik
God
Heere,
;
in
Mozes verscheen
;
in
vers 6 spreekt de engel
en betuigt daarmede, dat
zelf
hij
is.
verder
Zie
33
Ex.
de beschrijving van of
God uws Vaders"
de
was
engel,
maar
en
18
:
den
Ex.
34
brandende wolken
in
:
5,
Heere op Horeb ;
een
6;
Ex.
niet in
19
:
16,
18
en
24
de gedaante van een
:
16
man
met een lichtglans
donkerheid
verbonden. Ex. 40
In
34 lezen wij hetzelfde van den tabernakel
:
de tegenwoordigheid des Heeren In
14
Joz.
5
terwijl
:
13,
in
in
14 zien wij een
Cap. 6
:
2
duidelijk
;
boven de arke was
een brandende wolk.
man
verschijnen; wie dat
staat, dat het
is blijkt
uit
vers
Jehova was, die met Jozua
sprak. In
Richt.
13
:
15
is
weder sprake van den engel; de
apparitie begint vers
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's