Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 247
college-dictaat van een der studenten
§ wel
Het
eigennamen.
de
uit
eigennamen,
men
dat
De nominibus
6.
voor
is
namen
met
die beginnen
De naam
bekend
ryhti
meest
is,
Hoe hebben
in
komt, althans
voor
plurali
Welnu, die
juist
is
in die vele
oudste benoe-
Eljada, Eli, Eljakim, Israël, Bezaleël, enz.
:
dat gedeelte historische lectuur, wat ons
in
als D\i^N.
meervoud
wij over dat
Hoogste Wezen.
het
mingsnaam voor God overgebleven 20.
hunne namen ge-
Israëlieten toch ontleenen
met ^N eindigen,
of
bit
niet gering gedeelte juist uit die
van de namen voor het Eeuwige Wezen
gebruik
het
moet leeren kennen, De meeste deeltelijk aan de benaming van
een
229
Dei.
te
denken ?
Daarover bestaan twee theorieën.
Ook
10.
het volk Israël,
geworden
moet
laatste
maar
Willem,
„Wij,
breeuwsch
:
Het
bij,
„Wij,
hij
;
doen
te
Toen
D\"ii>x.
het naderhand monotheïstisch
met een pluralis maiestatis
omdat wat
is
bevelen
senatus
uit
nomine. Dit
niet in
nomine
tweeden
pluralis
kent
het
is
de pluralis uitgedrukt
meervoud wordt gebezigd, om het begrip der zaak
nomine.
in
verhoogen, gelijk
te
men bijvoorbeeld daartoe ook tweemaal achter elkander hetzelfde zegt, „Heere, Heere !" Datzelfde vindt men ook in andere talen, bijv. op waar
mindere
de
Vooral
men
dit
is
tegenover
sterk
bij
het
meerdere
den
gebruik
maar
„du",
familiaar
alleen
gedurig
eene zekere reverentie
ook
zingen Gelijk
bij
de
in :
meervoud
v.
bezigt.
voor wien
men maar een weinig
Zoo
het Engelsche „you", het
„vous", en eigenlijk ook ons „gij" en „u". Het meervoud geeft dus
Fransche
het
het
b.
Java,
der pronomina. In Duitschland gebruikt
ieder,
achting koestert, wordt met „Sie" aangesproken.
Zoo
He-
de Romeinsche formule, die waar-
de tweeheid van het consulaat of anders
in
populus." Hier
et
in
„Wij Willems, koningen etc," maar
:
Dien
etc."
ons toegekomen
oorsprong vindt
scil.
noemen
wij pluralis maiestatis
verbo. Niet
et in
koning,
niet
haar
schijnlijk uit
er
hier
pronomine
in
andere volken, oorspronkelijk polytheïs-
als alle
ging dat meervoud over op den eenigen en waarachtigen God.
is,
hebben
Wij
20,
is,
is,
geweest en had dus „goden",
tisch
ook
parallelisme
wijst
Heere moet zien.
in In
:
8
God den
Heere,
bijv.
niet uit. Vergelijkt hierbij Jes.
nixnï nln^ \im\^ vhip^
ook Openb. 4
Hetzelfde zien wij ook
kennen.
gebruikt voor
n^iihip,
vertaling
te
in
Hos.
inii^.
Die
repetitie
is
6
een
bij
den naam
Hos. 12 :
3,
:
1,
al
'•Jnx.
komt
waar de Serafs
absoluut meervoud.
het trishagion deze plaats heeft overgenomen. Het
12
:
1
het eerste lid
duidelijk is
uit,
parallel \pn'3
dat D^uhnp hier op
met
n!p~i?3,
en
God den
zoo ook
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's