Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 242
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
224
om
bezig
zijn
de
bezeten,
mensch
zij
behoort niet
dan had
de
bedreiging
zijne ellende
in
den staat der rechtheid,
a-f^xpcrix te zoei<en. In
die;
ontbrak
dijs,
tot
de
iustitia originalis.
in
het para-
Had Adam haar En
is
den
de dorst naar die xf^xpa-ix bijgebleven. Het besef
is bij
geen
gehad: m^sn
zin
nl?2.
nu
hem levendig, dat het stempel van de a/ó>y op zijn leven staat uitgedrukt. Daarmee parallel loopen Jó^'x, nixyi en dpr,vr\\ dat zijn immers dingen, die een overwinnaar toekomen. De mensch heeft te worstelen, om den overwinningspalm des levens weg te dragen. Maar dat is geen overwinnen, als ik slechts eene
de
uit
sfeer
andere overga.
de
in
Als
ik
daarentegen los raak
banden van den dood en nu de van God ontvangen stelen, dat
is
fj.i'/yi
weer
vrij
uit
de
mag wor-
eene overwinning!
voeg aan het gesprokene nog deze opmerking toe. Indien ik al die ver^'w/7 gehandeld wordt, dan wordt schillende plaatsen vergelijk, waarin van Ik
r,
daarvan
niet altoos in denzelfden zin
met het
doen
leven
de ectypische
in
niet, al die
de archetypische
^'oj/7;
wij te
de andere maal met het leven
die ageert in het schepsel.
Maar
bedoelde ook
ik
plaatsen te doen voorkomen, alsof daar de X^w, eene wezenseigen-
Gods zou
schap
in
^w)^, gelijk
De eene maal hebben
gesproken.
zijn.
de andere plaatsen af
Van
die laatste soort
te leiden
ben
wat het begrip
ik
"C^t^h
uitgegaan, is,
om
daarna
uit
dat ons weer kan op-
leiden tot het leven in God. Terwijl wij daar tusschenin den Middelaar hebben, die
eenerzijds
geeft
B.
;
cf.
enkel
nu
God
en anderzijds het leven aan de zijnen
28.
Vooraf ga
om in om den
over tot een ander soort namen, welke niet strekken,
woord
Heere onzen God a.
:
De benoemingsnamen.
Wij gaan een
het leven bezit als
Joh. 10
het te
wezen Gods
tot
uitdrukking te brengen, maar
benoemen.
eene
korte
opmerking over de namen, waarbij men
onderscheidene volken het Hoogste
De Germaansche stam
gebruikt
Wezen over
bij
de
pleegt te noemen.
haar
geheele
linie
het
woord God.
(Nederlandsch, Duitsch, Engelsch en Scandinavische talen.) Bij
de Romaansche volken vinden wij
vorm Deus, Dieu, Dio. (Fransch,
De
alle
Italiaansch,
woorden
hierbij
ontleend aan den
Spaansch en Portugeesch.)
Slavische stam heeft een geheel andersoortig woord: Bog.
En het Magyaarsch, in Hongarije door de daar ingekeerde Mongoolsche stammen gesproken, heeft Isten. kunnen wij ons niet ophouden. Maar wel is het van Bij die twee laatste :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's