Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 297
college-dictaat van een der studenten
;
§ Toii
maar
(T'j^fxxroc,
De gevolgen
5.
het een contaminatio van den inensch in zijn dichotomisch
is
bestaan, zoowel van lichaam
de
47
A. In Genere.
der zonde.
als ziel.
Het antidotum tegen dezen
^5Avo-,aó<; is
xyi(ji(riiyri.
De
fMoXDo-fj-óc
dus
kan
niet
een
substantie
Flaccus Illyricus leerden, want dan zou ze
gelijk
zijn,
Manicheën en
de
eene substantia pneumatica
zijn óf
óf eene substantia somatica.
Was
soma inquineeren
ze alleen somatica, dan kan ze slechts het
dan
alleen pneumatica,
was
Bovendien,
was
;
een substantie, dan moest ze een creator hebben.
ze
ze
pneuma.
slechts het
En
God de Schepper en auctor mali, óf moet men met Manes en de Perzen aannemen, dat het kwaad ongeschapen is en dus als God naast God staat.
daar de mensch niet scheppen kan, wordt dus óf
wordt de ^ohjo-^bq ten
Intusschen
ontkend
men
;
gelooft wel aan erfschuld,
Vooral Albertus Pighius, bekend leerden dit
Kerk op
maar èn
;
concilie
't
uit
maar
den
niet
in
aan edsmet.
tegen Calvijn, en Camerarius,
strijd
de Gereformeerde èn
in
van Trente
door een deel der geloovigen
alle tijde
de Luthersche èn
in
de Roomsche
deze dwaling beslist veroordeeld.
is
Ze ging
meestal gepaard, gelijk de parallel reeds zou doen vermoeden, met loochening
der sanctificatio.
komen om de macula
die er toe
Zij,
moeten ook de
reatus,
subsumeeren
sanctificatio
in
de
te laten
opgaan
in
den
justificatio et vice versa.
Onze eerste vraag moet dus wezen, of de ,u:A-ja-^uog bestaat? Antwoord 1^. Dit is duidelijk uit de woorden van II Cor. 7 1 en het antidotum de :
:
ayiwcrCu'/].
2e.
Het
blijkt uit
de symbolische uitdrukking, waarmede de H. S. overal de
zonde aanduidt, Ps. 51 buil,
:
4. Jes.
1
:
6. Jer.
4
14.
:
een wonde, die moet gezuiverd worden, als
Overal
is
het een
quod inquinatum
est ac
Ez. 16 iets
:
5.
inquinat.
De
3e.
Geref. Kerk heeft ze altijd beslist geleerd in hare Confessie Art. 15
Catechismus Art. 15.
breid
is
vr.
7 en Canones Dordr. Hfdst,
III
en IV §
1.
Wij gelooven, dat door de ongehoorzaamheid Adams de erfzonde uitge-
geworden over
het
gansche menschelijke geslacht, welke
venheid der geheele natuur en een
is
eene verdor-
waarmede de kleine kinderen zelfs besmet zijn in hunner moeders lichaam en die in den mensch allerlei zonde voortbrengt, zijnde in hem als een wortel derzelve. Vr. 7. Uit den val van Adam en Eva, waar onze natuur alzoo is verdorven geworden, dat wij allen
§
1
Hfd.
beroofd en
III
en
in plaats
IV.
in
erfelijk
gebrek,
zonden ontvangen en geboren worden.
De mensch
heeft
zich
van dien over zich gehaald
:
van deze uitnemende gaven
blindheid, schrikkelijke duister-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's