Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 582
college-dictaat van een der studenten
34
Locus DE Christo (Pars Prima).
bijvoeging van de oude Sopherim, die
hij,
nog
feitelijk
waarmede
kennen wilden geven, dat
te
zij
geen doodslag begaan had, dan ook
niet strafbaar
was
maar komt op tegen
het
door het gericht.
En
nu
Christus
laat
tweede deel
en
dat
eerste
zegt:
h^oy^c
niets
bijgevoegd,
deel
reeds
is
staan,
op
die ten onrechte
hij,
broeder
zijn
toornig wordt.
Vers 27. Hier
20
wel
is
14
:
staat
lA.oiyj.{jicj.
is
x^
c^N^n
:
en
maar
heeft
dit
een
zulk
woord
het
in
ligt
't
niet
Ex.
zelf.
praegnant begrip als
bepaaldelijk van een getrouvv^de vrouv/, die met een
man
ol
over-
spel begaat en dus een afgeleid begrip. rix: is
de
en
het algemeene begrip van onkuischheid.
oorspronkelijke
samenhoort".
cixj
heeft
ruimer van begrip en zal zeer zeker
maar
wet,
drukt
a^
dus
dezelfde stam als 3JJ
van
„scheiden wat
:
onkuischheid
in.
zijn
waarvan
en
is
uit
beteekenis van ^otjiiv.y, maar
sluit alle
^l
Het
begrip
het
ook wel de
een woord gebruikt
was dan
begrip
Joden was.
wortel
de school van
in
is
Hillel
het Vlle gebod, dat veel enger van
in
de gangbare vertaling onder de
(j.oiyj.Ucj
woorden
Christus door deze
Maar
te citeeren,
expliceert de ruimere gedachte, die in de
weerspreekt dus niet de
wet
leeft.
Vers 31.
„Zoo wie is
vrouw
zijne
verlaten zal, die geve haar een scheldbrief"
lang niet alles gezegd, wat in Deut. 24
„omdat
hij
was
Hillel
meer
niet
:
1
staat
;
weggelaten
gebod aldus verzwakt en gold
dit
als regel
:
hier
de woorden
In
de school van
schandelijks aan haar zal gevonden hebben."
iets
Ook
zijn
„indien je
vrouw
:
je
zend haar dan weg met een scheldbrief" en daar komt de
bevalt,
Heere tegen op. Vers 33. „Gij zult
den eed
Lev. 19
In
:
gevoegd
bij
de Rabbinistische finesses was alleen
dan wanneer
Jehova gebruikt den
aarde,
„gij
geworden „Gij moogt geen valschen eed doen, verband met het tweede gebod bepaald den naam
dit
:
was, het
gelijk
ï'Aw".
sfj.irrxt
woorden. ?
wil
is
Om
n.1.
gezworen hebt
uw
niet
bij
te
komt de Heere
misverstand
te
gij
doen met een beperkende op.
En nu zegt de Heere:
zeggen, dat de Heere tegen
En hoe doet Hij Neen, want de Heere heeft
den hemel, de
eed niet heilig en behoeft
Wij hebben hier dus
men gewoonlijk hoort zeggen
volgende.
eigen
Dit
gij
dan
iets dergelijks,
interpretatie en tegen die interpretatie zfj.bTy.1.
den Heere uwe eeden houden."
maar de Soden Heere uwe eeden houden', en in
zult
Maar wanneer
hebt.
tempel of
:
gij in
haar niet gestand te doen."
„fj-V,
zult
gij
12 staat alleen: „gij zult niet valschelijk zweren",
pherim hadden er
maar
maar
niet breken,
alle
eedzwering
want het 'iXw moet verklaard uit voorkomen interpreteert de Heere zijn
dit
zelf
;
nu ?
Zegt Hij ook
:
7rp:^ tz-j <diz-j ^>,
tweemaal den eed gepresteerd maar ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's