Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 435
college-dictaat van een der studenten
§ gedaan heb
Nu
heb.
hoe
;
dan,
verbond
zult
mijne
is
stem
naarstiglijk Mijner
gij
zoo
houden,
41
op vleugelen der arenden gedragen, en u
Ik u
indien
gansche aarde
laea hoederis in bacra Scriptura.
2.
eigendom
Mijn
gij
en
;
Verder lezen we,
heilig volk zijn" (vs. 4, 5, 6).
zijn
alle volken,
uit
7 en 8
vs.
en zeide
we
van Gods
de betuiging
zij
Doet ge
wetten.
zijn
al
Mijn eigendom en
gij
Toen antwoordde
had.
Ik zal
dan
dat,
uw
al
kwam
deze woor-
het volk gelijkelijk,
al
Al wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen
:
hier dus
met
hem geboden
want de
„En Mozes
:
en riep de oudsten des volks, en stelde voor hun aangezichten den, die de Heere
gebracht
een priesterlijk koninkrijk en een
Mij
zult
gij
tot Mij
gehoorzamen, en Mijn
zult
!"
Duidelijk vinden
Mijn verbond moet gehouden worden
:
ge Mijn zegen ontvangen, dan
zult
koning
En
zijn.
zult
het volk accepteert deze voor-
waarden nadrukkelijk.
Wanneer nu
dan ware hiermee de geschiedenis
Mozes ontvangt de wet der nu
af.
Maar
hfdst.
20 vv. toont het wel anders.
Het volk
10 geboden.
ontzet
is
mededeeling van de verbondsconditiën
verdere
de
dat
was dan een werkverbond,
het verbond met Israël niets anders
maar intermediair door Mozes mocht geschieden.
geworden en
bidt
niet rechtstreeks,
Dan gaan vanaf
vers 27 de
Ook in de drie volgende capita. In vers 20 en vv. van hfdst. we dan „Ziet Ik zende eenen Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb.
conditiën door.
23
lezen
:
Hoedt u voor
hem is
niet
;
het
in
zaamt,
en
zijn
want
aangezicht, en weest zijner stem gehoorzaam, en verbittert
hij
zal ulieder overtredingen niet vergeven,
van hem.
binnenste
doet
al
wat
Ik
Maar zoo
spreken
uwer wederpartijders wederpartij
gij
zoo
zal,
zijner zal Ik
Dan komt
zijn".
stem naarstiglijk gehoor-
uwer vijanden hfdst.
in
plechtigheid, de verzegeling van het verbond door het offer. al
de woorden des Heeren. en
bouwde een stammen van
altaar
brandofferen
offerden,
En
En
ken
hij
las het
heeft,
sprengde
hij
van het bloed, en zette het
helft
hij
op het
zullen wij
En
altaar.
en
;
zij
doen en gehoorzamen.
het op het volk
;
en
hij
zeide
:
hij
de
wetten
Israels, die
:
bekkens
en de helft
Al wat de Heere gespro-
Toen nam Mozes dat al
die
niet enkel
In hfdst.
bloed, en
bloed des verbonds,
woorden". (Men
lette
de 10 geboden, maar
Voor de tweede maal lezen we
de voorwaarden des verbonds accepteert.
;
het boek des verbonds,
Ziet, dit is het
boek des verbonds" volstrekt bevatte).
in
nam
zeiden
hetwelk de Heere met ulieden gemaakt heeft over
al
hij
Heere dankofferen offerden, van jonge ossen.
voor de ooren des volks
er op, dat „het
„Mozes beschreef
maakte zich des morgens vroeg op, en
zond de jongelingen van de kinderen
den
en
van het bloed sprengde en
vijand, en
24 de officieele
onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf
Israël.
Mozes nam de
hij
want Mijn Naam
hier dus, dat Israël
25 volgt dan de regeling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's