Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 675
college-dictaat van een der studenten
HOOFDST. king
a
er
;
mee
is
uitgedrukt
de handelende actie overgaat.
in
moet eene daad
liefde
Personen van het Drieëenig Wezen.
drie
weergegeven
hetzelfde
denkactie die
De
III.
woorden
geeft niets,
zijn.
ge u nu zoo de zaak voor, denk dan uzelven eens
Stelt
noemen de
dat wat wij
Liefde in
241
als menschelijk
wezen met uw bewustzijn en wil, van uw geboorte af buiten alle omgeving gehouden en opgesloten in een donker vertrek, alleen voedsel ontvangende om het leven te houden, wat zou daarvan het gevolg zijn ? Dit, dat er toch wezen een beweging des denkens en des willens zou in uw menschelijk hebben, maar die actie bijna geheel potentieel blijven zou, omdat plaats ons
denken
creatuurlijk
om
aangelegd
en
inhoud
zijn
willen
in
te ontleenen
op
zichzelf geen inhoud heeft en er
aan de samenleving en de schepping
is
om
ons heen.
Daarom zou zouden
alleen
in
zulk een toestand de menschelijke geest niet kunnen baren
Denk u nu
/?
dan
denken en
maar
willen, uit
de onmogelijkheid
eene
cel
uitgenomen
zijt,
met onthouding van
die
actus
uw vroeger om tot actie
uwe
uit
alle lectuur
en
natuurlijk eene zeer sterke actus geboren worden
zou er
de herinnering
in
alle
in
uw
zou zich alleen moeten bezighouden met
leven, terwijl de wil gedurig zou afstuiten te
;
zijn.
de tweede plaats zooals ge nu
in
omgeving en opgesloten uitzicht,
gewaarwordingen
er primitieve
op
komen.
Wanneer wij daarentegen die vraag komt dan alles anders te staan
stellen
bij
het Goddelijk Wezen, hoe
Wezen zonder inhoud ? Integendeel alles in de schepping God geworden, alzoo is in het Goddelijk Wezen, geheel op zichzelf genomen, niet alleen drang om te denken of te willen, maar zulk een absoIs
het Goddelijk
;
uit
is
luut Bij altijd
ten
dan
volkomen
inhoud van denken en willen, dat er nooit
iets
kan bijkomen.
ons heeft het denken, ook wanneer wij den inhoud opnemen van buiten, slechts successief, voor een deel plaats tegelijk
hebben
Wanneer
denken.
we
daarin
te
wij
doen
nu
;
niemand kan
opklimmen
tot
ooit
het
met een absoluut eeuwig
twee gedach-
Eeuwige Wezen, zijn,
waarin
alles
tegelijk in absolute volheid gedacht en gewild wordt.
Men van
zou
denken
alle
denken,
alhoewel
toch
elk
in
Goddelijk
wereld Is
dit
is
op zekere hoogte kunnen zeggen, dat de „Gesammtheit" de schepping den inhoud uitmaakt van het Goddelijk
dus, tot
geval
in
dit niet zuiver is
Wezen, en in
al
die
Hem eeuwig
wat
in
is,
daar
alle
zijn
is,
meer dan adaequate inhoud van
is,
genomen
maar
uit
allen logos in
praesent, van oogenblik tot oogenblik aanwezig.
ons duidelijk geworden, dan komen
„Waaruit put God
denken Gods absoluut
het creatuurlijk denken
denken, waar
is
we nu van zelf tot de vraag: origo van zijn denken?
de
het
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's