Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 644
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera.)
210 den
in
Christus
Hij heet steeds
is.
telkens
dus
de
Zoon
daaruit,
dat
in
dat
Zoon-zijn,
behoort Zoon
zijn y^xpxKTr,p
b
absoliiten zin
in
uló^,
fMcusyivhiC,
'z
;
bestaan
ligt
etc,
fJ/jc -Jbü^
b
en wanneer dat nu zoo
eigen
zijn
uióc
o
•
dan volgt
is,
uitgedrukt, en het tot
te zijn.
Dit nu postuleert, dat Hij
ook reëel gegenereerd is. Niemand toch spreekt van een eigen kind of het moet in eigenlijken zin geboren zijn, en wanneer nu het subiect in den Christus in absoluten zin den naam van Zoon draagt, dien wij slechts relatief dragen als zijnde om zijnentwille tot kinderen Gods aangenomen, wanneer Hij dien archetypisch bezit
terwijl
Hierbij
denken aan Dit
van
overnemen, dan moet ook
om, wanneer
Reeds vroeger werd
er
men van de
Spreekt
we
de
in
aan de
brengt
realiteit
nooit anders
Uvij/u.x b Besc,
op gewezen, hoe de
door het
dit
stellen
te
generatie des
maar
;
op de
Neen, het intellectueele des Zoons
ratie
heeft
Zoons spreken,
intellectueele generatie parallel
Zoons
generatie
bij
herinnering hieraan,
geven.
te
uit
den Vader, dan begrijpt
analogon
een
wij
beweren daarmee
uit lijn
den Vader
is
niet
ieder,
bezitten dat ons nader uit
den
natuurlijk niet, dat derhalve
eene intellectueele
;
wij
zouden
der Cartesiaansche philosophie komen, die
zooals de engelen is
te
mag van den Vader
van de bedoelde zaak dan de reëele generatie
bestaande,
geestelijk
daarop acht
is
den Zoon
van
generatie
wij
;
TTvi-j/uxTtK']},;.
intellectueele
vader en de moeder de
zijn
opvatten.
stoffelijk
loopt met de vleeschelijke generatie, en nu zullen wij,
gevoelen hoe ad rem het
iets stoffelijks
wij over de generatie des
we dan
reëels, dat
iets
en den Zoon gehandeld dan
dat
in
misvatting.
„geboorte", denken wij aan
echter geheel onjuist.
is
Hem
van
gewaarschuwd tegen eene
spreken
wij
dus geneigd
zijn
ectypisch
reëel gegenereerd-zijn opgesloten liggen.
echter
zij
Wanneer
hem
wij
Zoonschap het
al
slechts voor denksels houdt.
etc.
de bewustzijnsvorm van het pneuma, en de geneplaats
uit
bewustzijn
het
Gods,
maar
uit
zijn
geestelijk Ik.
Wij
moeten
daarom
moeten ook teruggaan wij
op
geboren
tot is.
de
ziel.
ziel
ons
Doen we gaf, uit
dat, dat zien
wien onze
ziel
Daarin hebben wij dus eene geestelijke generatie, die met de reëele
waar
moeder
niets
dan den naam gemeen
heeft.
wij de drieërlei generaties, de menschelijke, de intellectueele en
pneumatische,
voorstelling,
de intellectueele generatie, maar
de creatie onzer eigen
den „Vader der geesten", die onze
generatie van vader en Eerst
niet blijven staan bij tot
samennemen,
kunnen
hoe een pneumatisch „ik"
nereerd wordt.
wij uit
eenigszins nader
komen aan de
een ander pneumatisch „ik" gege-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's