Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 216
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Sacra Scriptura (Pars Secunda).
42 daar was
voor
Babel
de belichaming, de incorporatie der satanische
Israël
machten.
En nu komen
op de vloekpsalmen.
wij terug
den regel gruwt de mensch van de vloekpsalmen
In
systeem
vast
;
en het
is
dan verkeerd
menschen deze psalmen hoog te verheffen, alleen om zijn houden, dat alles wat in de Schrift staat Gods Woord is,
zulke
tegenover
te
want dan verkracht men
Alleen in de allerheiligste oogenblik-
zijne conscientie.
ken kan men een vloekpsalm lezen
de meesten kunnen zeker nooit, anderen
;
zeer zelden, en alleen de allerheiligsten, met volle instemming der conscientie
zulk een vloekpsalm zingen.
De
sprak
hij
het
die
eenige,
Toen
kon,
altijd
zijn
„Deze zullen gaan
:
in
was Jezus
heele leven door
de eeuwige
pijn",
Christus.
„daar zal weening
zijn
knersing der tanden'' zong Hij hun van een „plaats der buitenste duister-
en
waar
nis",
Wat
is
Om
een
geen druppel water de tong verkoelen mag.
zelfs
een vloekpsalm?
vloekpsalm
moment van
te
moet men zich eerst Wanneer God dan scheiding
begrijpen
laatste oordeel.
't
ben tusschen uitverkorenen en digen
zeggen
zal
:
't
gemaakt heb-
en Hij tot de onrechtvaar-
niet uitverkorenen
„Gij vervloekten gaat in het
verplaatsen in zal
eeuwige vuur
!"
zou één van
„Och Wie nu weet, dat Gods nog zoo gaarne medenemen naar den hemel" ? „Deze allen haat Ik", die moet liefde oneindig is en ook dat God zeggen zal
Gods kinderen dan kunnen zeggen
neen, Heere
:
:
dien of dien wilde ik
—
:
meer
Nu lief,
hen
in
staan wij
wat
is,
in
zelf,
;
haat
Hij
dan God
maar overtuigd wezen, dat er niets dat eenigszins op onze liefde zou kunnen aanspraak maken. wij hebben het gewone leven disharmonieus tegenover God
niet barmhartiger willen zijn
en
haten,
wat
worden
wij
God
de toonsleutel van het menschelijk leven
is
Zijn goddelijk
Geeft hart.
Maar
Hij liefheeft.
bekeert
God
ons, dan
steeds meer harmonieus met het diapason van alles, dat
akkoord
God nu den
in
overeenstemming
;
en
alle
is
zijn.
toon van liefde aan, dan moet er liefde naklinken
Hoe meer we kunnen zeggen
meer harmonie, en die harmonie
:
„Wat God
zal eens
God.
toonen moeten met
liefheeft,
volkomen
zijn,
heb
ik lief",
wanneer
dit
in
ons
des te
absoluut
door ons kan gezegd worden.
En zoo ook omgekeerd, hebben we liefde voor wat God niet liefheeft, daar staan wij verkeerd, want God haat niets dan de zonde. Geeft God met den toonslag dus haat aan, dan moet er een echo in ons hart vernomen worden en hoe zuiverder die toon van hart,
des
te
meer harmonie
zeggen kunnen
:
Wat God
is
't
hart „einklingt"
er in ons.
haat, haat
ook
met den toon van
Volkomen ik
is
zij
't
goddelijk
eerst dan, als wij
met een volkomen
haat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's