Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 96
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE MAGISTRATU.
68
R
e s u
mp
t
i
e
:
de natuurlijke
In
liefde
;
de instelling van het overheidsgezag en de daarmee
in
samenhangende rechtsbedeeling in de historie, met de beschikking voor de vervulling van het drama en in de logische wereld bestaan de vier stukken van de Gratia Communis ten opzichte van het consortium hominum. ;
De kunst. De
Gratia Communis, die ten doel heeft de doorwerking der zonde en hare
vernieling
stuiten,
te
neemt verder nog
op
in zich
element van de kunst.
't
Daarom moet er hier over gesproken, in hoeverre de kunst eene gave van God is, aan 't menschelijk geslacht gegeven, om te reageeren tegen de energie van den vloek, die om der zonde wil over het aardrijk gekomen is. De kunst staat met dien vloek in verband in tweeërlei opzicht hierdoor, dat tengevolge van dien vloek het oorspronkelijk schoon, waar-
lo.
mede God de aarde bekleed gekregen
daardoor op
en
had, getaand
is
in
zijnen luister,
wonden
heeft
wijze op het terrein der natuur, der tonen-
allerlei
wereld
en op het gebied van het zichtbare niet alleen disharmonie en disso-
nanten
zich
vertoonden,
en
afschuwelijke Tci.
hpara.,
niet
maakte,
en
eens
er
weer
zal
hiervan
worden van dien
doortrokken dat
er
der wereld tusschen
disharmonie
gevolg
Als
afgrijselijke.
leelijke,
de
is
zal
een
Gods openbaring en de
in
de
realiteit.
wereld,
Dat inzinken,
met donkere
luister
een tegenstelling ontstond
onooglijke,
zichtbare
meer afspiegeling van de Majesteit des Heeren.
en
verbleeken tinten
maar ook verschijning van het
lijnen
en
uiterlijke verschijning
De
Schrift leert, dat die
verdwijnen en dissonanten niet meer gehoord zullen worden
komen
tijd
toonen
met
en
zal,
dat
de aarde haar oorspronkelijken
de volkomen
heerlijkheid
luister
overkleed worden.
zal
Wacht ons die toestand eerst bij de parousie des Heeren, het gebrokene zal Daarom bestaat ten opzichte van de kunst dat moment blijven bestaan. de Gratis Communis hierin, dat God de Heere, die uitwendig voor oog en
tot
volmaaktheid der schoonheid heeft doen ondergaan
oor
de
ons
heen,
toch
in
ons hart en
in
in
de wereld
om
de diepte van ons gemoed de herinnering
aan het ideaal der heerlijkheid heeft achtergelaten
;
m.
a.
w. dat
God de
Heere,
waar de zonde en de vloek bij rechtstreeksche doorwerking geen ander effect zou gehad hebben, dan de verwisseling van dat ideaal van heerlijkheid in het hart met een welbehagen in en een lust aan het afschuwelijke op zedelijk gebied, en zin voor
't
leelijke
Communis tusschenbeide
heele
hun
wansmaak op uitwendige
tredend,
schoone wordt uitgeroeid, en voor
en
verhindert,
zelf in
dat
's
terrein,
menschen
met Gratia
zin
voor het
enkele personen met centrale beteekenis
kring en in bepaalde kringen met centrale beteekenis voor het ge-
menschelijke
geslacht,
doelt
op een dorst naar, een
zin voor en eene
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's