Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 635
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk en
dat
zien,
dit
De
III.
Personen enz.
drie
nooit gebruikt een
subiect
De Tweede Persoon.
B.
tvv:*
n^N
ris,
maar
201
spreekt
altijd
van „Ik'\
Nemen
Daar lezen
wij bijv. Apocal, 2.
wij in vers 18 en
Hij het
het aldoordringende van zijn
kennend vermogen,
de uitwendige werken kent, maar ook hunne
zoodat
zeggen kan
Hij
-km
:
t-/.
rw ttp'mt'ou.
i(Tf^xTx TcXdovx
Hij alles ziet
'/.yxTrn
en hunne
Zoo ook
ïy,y,'AYi<Tixi
KXTX TX
'épyx
'6ti
'lyo
i'\u(
b
'ipx'jvw vifpo'ji;
vers 8 en 9,
:
y.xl
yvüta-ovrxi
y.xpSlxt;, y.xl ^'oT'jy iifjuv hy.xrrT'i^
kx'.
ÓfXW.
Daar wordt de kardiognosie, die
Hem
voorkomt, door
delijke
in
Trla-rd;,
en weet, positief wordt uitgesproken.
vers 23 spreekt de Heere het zelfs principieel uit en zegt
In
Tacrxt xi
dat de Christus
de gemeente van Thyatire
in
niet alleen
waar weer dat begrip dat
19,
aldoordringend oog heeft, en tengevolge van
van zichzelven uitspreekt dat
deelt Mij de kennis
in
het
Oude Testament
voor zich gcarripieerd.
mede, maar
ben
Ik
:
zelf
Hij
juist als het
zegt niet
de ^px-juw die
:
God-
de Vader en mijn
alles kent,
oordeel zal op die kennis rusten. Duidelijk
zien
wij
dat het oordeel, dat door den Christus als rechter
dus,
worden uitgesproken, niet zal worden gehouden krachtens medegedeelde kennis, maar krachtens de kennis die Hij van zichover levenden en dooden
zal
zelven heeft.
3
staat van
yviiifTi'jic
j.Triy.p'jipcc.
2
In Col. Kx'i
Tr,i;
:
den Christus:
Ook daar dus wordt weer de geplaats
in
den Christus,
als in
Iv
geheele
Hem
'\>
era-h 7rói.vTia o! S-i^a-xupsl T?,t: a-ocpixc
van de kennis
schat
dingen
aller
gegeven.
op de voornaamste plaatsen waar dienaangaande getuituigenissen voorkomen. Verder
Men nes 4
wijzen
zie slechts
wij
Mattheus 8
:
19;
van Thomas reeds wist hoe
Jezus
9:2
en 6; 12:34; 19:16; 23
hoe het
Hem
reeds bekend
was
hij
2
;
Johan-
zich over de opstanding had uitgelaten
;
dat Lazarus gestorven was, enz.
Voorts spreekt de Heere de gedachte
3.
:
16 en 18, en vergelijke wat de Heilige Schrift ons zegt, hoc de Heere
:
uit,
dat Hij niet alleen kennis heeft
van de menschen en de menschelijke dingen, maar ook van God en de Goddelijke dingen.
Als
Hij
Matth. 11
in
:
27 de bekende woorden
uitspreekt
:
„Niemand kent
den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en wien het
de
Zoon
wil
zoo absoluten
openbaren" dan
zin, dat
arripieert Hij
die kennis van
God
alleen
voor zich
door
Hem
God
te
kennen
in
aan de menschen
kan toekomen. In
Luk 10
hebben
we
:
22
lezen
een parallel
we :
diezelfde uitspraak maar nu dubbel genomen, „Niemand weet, wie de Zoon is dan de Vader
hier ;
en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's