Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 469
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
:
De
§13.
289
ecclesiae regimine.
woorden bedoeld wordt de belijdenis, die van den Christus had afgelegd. De Roomschen beweren, dat Petrus bedoeld is. Maar reeds in de 10^ eeuw, is in het jaar 909 op de synode van Troslaeum de meening uitgesproken, dat de christologische belijdenis van
zijde
is
steeds gezegd, dat met deze
zooeven
Petrus
Petrus zou
zijn
bedoeld.
der Gereformeerden, dat er dan Uirpx had moeten staan
De tegenwerping
taalkundig niet steekhoudend, want Trirpx en Trïrpo^
is
den zin van kelijk
Maar
is
komen beiden voor
in
voor rots komt zoo weinig voor, dat het beden-
TrÉTpot;
dat de Heere bedoeld heeft, tweeërlei
is,
Het
ken.
rots.
woordvorm voor
„rots" te gebrui-
woord
alzoo niet aan te nemen, dat Christus hier het
Trirpog in
den zin van rotssteen heeft willen gebruiken.
moeten vooral
Wij
XL
XpifTTÓc,
e! b
oog
uit het
gegeven,
op
letten
Petrus zegt tot Christus
het parallellisme.
en Christus zegt tot Petrus
elUérpoc. Dit heeft
a-l
:
Hem
verloren. Petrus erkent Christus in de qualiteit
n.1
als
den Christus, den van
woord daarop zegt van Rome, alsof <tu
Jezus
d
bij
Gezalfde en Verordineerde.
in
de woorden
te veel
In ant-
Hieruit volgt aanstonds, dat de exegese
Uérpo,; zou beteekenen
persoon" vervalt. Immers het regimen
zJ Ylirpoi;.
a-l
:
God
men
van den Vader
„gij
:
d
a-h
zijt
die
met macht bekleede
Xpta-rbg ligt juist uitgedrukt, dat
Christus rust Ylirpoi; moet dus slaan op den persoon, op wat
aan Petrus van Godswege was gegeven, en waartoe Petrus was geroepen. Gelijk Christus o XpccrTÓ<; is als de van God Gezalfde, zoo is Petrus Uérpog Hij van God de Nu komen we tot de
omdat
degelijk slaat het
om
roeping
vraag, of
op Petrus. Dit
die hierin iets aan de waarheid
Uérpog
êm
te zijn,
ontvangen
txCty; t?i Trirpx
te kort
slaat. Ja,
wel
met sommige Gereformeerden,
in tegenstelling
hebben
heeft.
op Petrus
gedaan. Maar
Rome
gaat mis,
wanneer het meent, dat het op Petrus' persoon als zoodanig sloeg. Neen het slaat op hetgeen in Petrus was en wat hem tot Petrus maakt. De persoon van Petrus gaat voorbij. Daarom moet Rome ook een successie aannemen. Wat maakte Petrus nu tot Petrus ? Dit dat Jezus tot
bloed u niet
nu in
hem zeggen kon
geopenbaard, maar mijn Vader,
die in de
:
„dat heeft vleesch en
hemelen
is,"
het kloekst in zijn belijdenis van den Heere was. Niet alleen hier,
de Evangeliën treedt Petrus op den voorgrond.
naam
Petrus, die uit aller
het
woord
Ook op den
voert. Petrus
is
en dat
hij
maar steeds
Pinksterdag
is
het
door Christus bepaald
als
woordvoerder aangesteld. Petrus had de gave des woords, en daar de belijdenis uitgaat door het woord, zoo is die gave van het woord in het doen van belijdenis
bij
Petrus
in
hervorregende mate
op die macht van het woord, op het is het, dat Christus zijn kerk bouwt.
De
uitlegging van
Rome
is in strijd
in het
ycnpoy/xx,
met de
leven geroepen.
op die
feiten
belijdenis
En daarop,
van den Christus
van het Evangelie. Tot Petrus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's