Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 917
college-dictaat van een der studenten
Caput
V.
De Mediatoris
Officiis.
§
De plaatsbekleedlng v.
7.
hoofd
in
laatste
nu geschiedt, doordien de unio mystica ons
genetisch en organisch verband
van Christus.
Niet
geliji<
d.
Middelaaar. 101
stelt tot alle
anderen.
Dit
het Hchaam Adam, gaande van vleesch naar geest,
bij
maar langs den omgekeerden weg
;
inlijft in
den geest beginnende en
in
in
de
verheerlijking des lichaams eindigende.
Op
God
die wijze,
hoofd van
als
Hem
en
staan
zijnde en blijvende, en toch niet als individu
nu
allen, die potentieel reeds
eens
Hem komen
met
actu
in
maar
organisch verband met zullen,
in
onze natuur
opgetreden, kon Hij niet anders dan plaatsbekleedend handelen.
Zijn
ware denkbaar geweest, zou onzer aller volstrekte ondergang geweest zijn, maar ook zijn glorierijke triumf is onzer aller val, stel die
—
rechtvaardigmaking en volkomen zegepraal.
Toelichting.
Deze paragraaf toegelicht.
onze
Christus
onze
In
komt en
sprake
[ter
wereld
christelijke
spraak verwierf en zoo ons den
weg
God
betaald heeft
bij
iets
Munus
het
uitvoeriger
is
in
aldus onze vrij-
;
De over deze zaak
der zaligheidgOpende.
meest juridische voorstelling
bestaande,
daarom
is
bestaat de belijdenis, dat Christus
rantsoen der zonde aan
het
plaats
metterdaad een der meest ingrijpende, die
is
van
Sacerdotale
ontleend aan het Romeinsche recht
en wel aan het denkbeeld van „substitutio" en „expromissio". Menschen, die het
Romeinsche recht bekleedlng
bestudeerd hebben, nemen het denkbeeld van plaats-
Vandaar dat het spreken van Jezus
van borgtocht. volk zoo geliefd
Toch
niet
plaatsbekleedlng, die onder ons het meest
uit die
als
gewoon
is, nl.
die
„onzen Borg" onder het
is.
De
steekt hierin een groot gevaar.
niet-geloovige wereld heeft
eeuwen
lang met kracht en ernst daartegen geprotesteerd en het veroordeeld als „bloedtheologie"
;
veroordeeld,
te kort deed,
de
schuldigen
liet
—
ongeloovigen natuur door sterker
dan
zichtigheid
God
is.
overgelaten.
en
eerlijkheid al
is
men
Zelfs
den geloovige.
wat de
het aan het denkbeeld
te veel ;
in
Bij
is
zei,
is
in
God
dat Hij den onschuldige voor
van
een
van gerechtigheid met
af
der
te
zeggen
scintillae
het rechtsbesef
bij
in
:
dat zijn
de gevallen
den ongeloovige vaak
de ongeloovigen vindt men vaak een voor-
geldelijke
gemist wordt.
terwijl
men
er niet
want het rechtsbesef
zoo heel zelden
alles,
Nu
lijden.
bij
vromen maar niet
omdat
daar deze leer inhield, zoo
omgekeerd
zaken,
die
Bankroeten bij
weldadig in
aandoet en
christelijke kringen
bij
zijn
geheel wereldsche families dikwijls
financieele verhoudingen betreft, zoo accuraat mogelijk in orde
Opmerkelijk
is
het
dan
ook, hoe juist
in
Amsterdam
bij
de ongeloovige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's