Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 326
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
308
De revelatio. De omnipraesentia Dei openbaart zich voor het bewustzijn van mensch en engel door de revelatio. Wat de inhabitatio betreft, wordt die omnipraesentia Dei voleind in het kindschap Gods, „ik en de Vader zullen komen en wij zuilen woning bij hem maken." Een kind van God draagt elk oogenblik, of het 3.
eenzaam in zijn vertrek zit of wel over straat loopt, niet een stukje van God, maar den ganschen God in zijn hart. God is niet in al zijne kinderen saam, maar totus est in singulis en totus in omnibus Hij is ondeelbaar. Daarom ;
is
de
van de inwoning des Heiligen Geestes
belijdenis
kind
als
een
in
maar
Heiligen Geestes, niet als eene kracht,
Maar,
we
gelijk
niet
altijd
zijn.
Dan
zagen
bij
Gods
als
God
zelf in
twee kunnen van elkander gescheiden
Die
disharmonische toestand. Het hoogste
er een
hem.
Johannes den Dooper, deze inhabitatio heeft nog
tengevolge.
revelatio is
het hart van
in
tempel tevens de belijdenis van het persoonlijk bestaan des
is,
dat beide elkander
volkomen dekken. De omnipraesentia Dei is het meest volkomen, wanneer in de inhabitatio niets meer overblijft wat potentia is, maar alles in actu is geworden, en de revelatio daaraan volkomen beantwoordt.
De
draagt
revelatio
de
in
Heilige
Schrift
een onderscheiden karakter,
al
naar mate de obiectieve waarheid bedoeld wordt of de persoonlijke openbaring
van Gods omnipraesentia
De
zelve.
apostel Paulus spreekt in 2 Cor. 3
een spiegel. Een spiegel beeldt alles
moet ook iemand wezen,
dan
eerst
gegeven
zijn
dat
;
is
obiectieve openbaring.
die in dien spiegel ziet en die
eigenlijk
er
is
in
af
God de Heere
revelatio.
Maar
Woord.
heel anders
iets
is
:
18 van
Maar
er
openbaring opvangt
heeft obiectief zijn beeld
de vraag, hoe de revelatie
plaats heeft, als Hij zijne omnipraesentie aan ons bewustzijn ontdekt.
Dat heet verheffe
in het
Dei
praesentia zie,
dan
wel
eene
Oude Testament de np^
zie
in
ik
de
nog
obiectieve
openbaring van
moet men
':3.
Cf. uitdrukkingen als
„de Heere
aangezicht over u." Al zulke uitdrukkingen doelen op de omni-
zijn
wel
God
Als ik
revelatio.
niet zijn aangezicht.
Maar
revelatie.
een spiegel het beeld van iemand
Zoo ook
er in
is
er is buitendien
de Heilige Schrift
nog eene rechtstreeksche
ons bewustzijn. Die obiectieve en subiectieve revelatie
in
onderscheiden.
des Heeren ontdekken"
in
;
zij
De
laatste heet in
de Schrift „het aangezicht
de zich aan ons bewustzijn ontdekkende omni-
is
praesentia Dei. Wij hebben hier dus geen pleonastische uitdrukking, maar het
moet bepaald
Nu
heeft
in
de
dezen zin verstaan omnipraesentia
weer verschillende gradatiën, die
der
adesscntia.
Slechts
kwestie van de conscientie
ligt.
:
zich ontdekken voor ons bewustzijn.
ook
Dei
in
de inhabitatio en
maar ook deze bespreken wijs
ik
er
even op, hoe op deze
Immers, de conscientie
is
de revelatio
in
wij niet,
juist
zoomin
lijn
als
de heele
de werking van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's