Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 754
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE HOMINE.
112
leerde
positief,
alleen
het
heid
van
Adam
dat in
goede
maar dat
kwade was, ook
't
volmaakte gerechtigheid en
hij
De Kerk bedoelde hiermede,
bezat.
van
niet alleen absentie
potentia,
in
dat
Adam van
heilig-
het eerste oogenblik
bestaan af een volmaakte kennis bezat en verkeerde
zijn
niet
in
een staat van
volmaakte gerechtigheid en heiligheid.
Een
a.
volmaakte
een
niet
wezen
kennisse
Volmaakte kennis wil
maakt
volmaakt ten
;
om hem
heen.
Dit
naam naar
een als
alles
vooruit
was
de
mensch
wetenschap van
de
aard
blijkt
waar
;
zichzelf,
hij
God
van
te
weten
de
gekend
aangelegd.
was, voor-
de
Adams
van
is,
de
gaf
door aanschouwing,
vorm van
was dus
kennis
de andere buiten gelijksoortig
is
hem.
er
is
eene
niet
in
zijn,
en
gelijk
hij
de Schrift sprake
waarvan de eene in den zondaar valt, Welke staat nu hooger? Natuurlijk die 't meest kennisse,
Gods
aan
Zoo
dier
maar een ingeschapen
verkregene
S-cw/?av.
natuur
elk
doorzag, vormde die naam
dieren
hun wezen.
en
er nu nog in ons wezen „notiones immediatae" mensch bestemd is om in de toekomst te kennen,
van tweeërlei
of elk
niet
evenals
evenals
Dus
wezen.
Adam
Adam
naamgeving.
de
uit
door inspanning stuksgewijze
additieve,
kennis,
:
van
opzichte
ware een echo op
't
daarop
zijn
om
bestemming van den mensch met zich bracht, vol-
laatste
zijn
met den aanleg van
heeft,
dus zeggen
de aanleg en
zooverre
die
want
;
ook zeggen een absolute kennis?
dit
strookende
God
gelijk
doorgronden
te
Wil
kennis.
maar eene kennis
Neen,
kennisse,
d.
i.
die
niet
door
additie,
maar door
was ook die van Adam en bij hem ook alleen denkbaar. De additieve vorm van kennis is voor den zondaar. En deze onmiddellijke kennis kreeg Adam niet eerst later, maar God schiep hem in dien toestand. Dit blijkt zoo duidelijk uit Ef. 4 24 Adam, staande in het Paradijs, had een geestelijk oog, waarmee hij zag Maar door de zonde in het wezen der natuur, van zich zelf en van God. komt de duisternis om den mensch heen, zoodat de natuur, God en alles voor hem verborgen is en nu is er geen kennis meer mogelijk, dan die „stuk
S-sao-3-a;
verkregen
Deze
wordt.
laatste
:
;
voor stuk"
element
een
doorzag
stuk
alles
gehad
alles
:
maar het
aanraken
heeft,
de
natuur
Adam was
van onzekere kennis. en
uit
om
mag dus
het
nooit
licht
te
neemt en
een zekere mate
;
als in een hel verlichte kamer; hij zag werd uitgedraaid en nu moet hij stuk voor
leeren kennen.
vergeleken
kennen een geheel anderen weg
betast
De
vera cognitio, die
met de onze
;
wij
moeten
Adam om te
inslaan.
Zou Adam, ware hij niet gevallen, niet nog meer kennis gekregen hebben? De Pelagianen En zoo ja, was zijne kennis dan wel eene volmaakte ?
—
hebben
altijd
aangevoerd
:
„Adam
wist
niet,
dat
hij
naakt
was,
dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's