Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 705
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel nu,
dat er in
die
handelt
God
V.
§
Introductio.
i.
15
eene blinde kracht werkt, maar eene persoonlijke wil, keuze, zoodat wat geschiedt afhangt van het door Hemzelf bepaalde Raadsbesluit, dit moment dwingt ons op zichzelf reeds een onderscheid te maken tusschen het kunnen en het doen in God. Laat men die onderscheiding vallen, dan krijgt men eene almachtigheid,
maar
naar
niet
persoonlijke
een almachtig God, eene werkende kracht, maar niet een persoonlijk Wezen ; het verschil tusschen die beide is, dat de blind werkende
niet
handelend
kracht werken moet zonder keuze, meer kan dan zij doet. In de Heilige
God i
V
É
y
de
Schrift
wordt
persoonlijk
werkende kracht van
niet alleen
in
^i-.xf^^.^
maar ook een onderscheid gemaakt tusschen ^ivxfxic en
gesproken, p
terwijl
il X.
Efeze 3
: 7 waar Paulus zegt, dat hij een Evangeliedienaar is geworden KXTx T>,'j hipynxy rr.c d'yjxui'^c xirc',, beteekent ^'yjxficc de bloote kracht en hïpyux datgene, waardoor men de beschikking over
In
die kracht heeft.
De
wordt behcerscht door iets, en ai of niet in werking gesteld. In Jesa ia 10 : 11 wordt de ^iyxfxc^ uitgesproken, want de Hcere heeft iets gedaan aan Samaria en hare afgoden, maar er staat bij, dat de Heere nog meer had kunnen doen. ^•.•jxfxcc
^^^^^
^'mi^..
die kan
^óvxfxtc,
^m
i^
^^
Pi^t^ï'
worden aangewend, dat
'^-"^V
-ic^xs
N^n.
Er
is
dus
eene
het inderdaad kan, wordt geaffirmeerd
door N?n.
Zoo
in
is
Nnn en het
De daad scheiden
Jesa ia 40
n>ï1ü,
26 onderscheid tusschen hetgeen God doet, het : en tusschen het \^ de bron, waaruit alles voortkomt.
en de kracht, waaruit die daad voortkomt, worden ook hier ondermoet, anders toch zou God een blind werkend
dit
vermogen zijn. Reeds onder ons menschen staat het laag als iemand zich niet kan inhouden, zulk een noemt de H. S. een dwaas, een zot; de vir integer ;
echter be-
hcerscht zijnen geest, en waar
De
hij
zou kunnen spreken, zwijgt
hij.
beslissing of de kracht
zoowel
ons
bij
als bij
werken zal of niet, kan alleen liggen in het ik'' God, en daarom leert de H. S. en de goede theologie'
dat wij tusschen het persoonlijk bestaan en het Wezen hebben het Wezen met de daarin aanwezige
Gods
machten
;
te
onderscheiden
en het persoonlijk
bestaan, dat over die machten beschikt. Dit
nu
in onze paragraaf herleid tot de categorie van het zijn en het de onderscheiding tusschen het zijn en het bewustzijn is dezelfde als die tusschen de kracht en het persoonlijk bestaan. Wat den persoon uitmaakt, is het bewustzijn, de kracht is het zijn. De onderscheiding tusschen is
bewustzijn
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's