Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 351
college-dictaat van een der studenten
;
;
§ persoon of het en dat ik
Het
den
Dat
ik.
ik heeft
In
dus
ik
101
en Hchaam; heeft existentie en qualitas
ziel
met den
ik vereenzelvigt zich
y.xtubc.
De Dood.
7.
Maar welk
onsterfelijic.
is
;
;
dan wel
is
y.v^p<j)-^oq,
den onbekeerden zondaar
is
zij
't
sterfelijk?
met den
TrxXxioq,
't
zij
met
het vereenzelvigd met den TrxXxioq
is het Ego — 'Trxhx'.hq avB-pwTTog. Een kind van God, genomen één oogenblik na zijn sterven, is volkomen vereenzelvigd met den Kxcuiq cKuB-puiTrsg wanneer hij zijn oogen opendoet in de
hem
Bij
(/.vSrpijiTrog.
;
eeuwigheid,
Op het
't
moment
io/oj
Op
zijn
Ego =
Kxivog avB-pwTrcg.
der wedergeboorte, wordt de 7rx?M;g
losgemaakt en de Kxcvog
ik
oiiKérc
is
aAAx
^'ii,
Xpirrroc ïv
cKvB-pwTrcg
ifisi
hem gegeven
en tevenS
;
het
als
ik
bezitter,
van den
„Einhaber"
maar vereenzelvigt men het
sterven;
is
het
:
geworden
Ja en Neen.
TrxXxiog xv^puTrog
met den
ik
dan
;
zv Xpi(TT(o.
iycó ^ój
de vraag of het ik sterven kan, moet geantwoord
men
potentieel van
cKuB-paTroe
Kxcu:g ai/S-^oü^roc
— —
Neemt
dat moet dat moet
leven.
in
Wanneer er dus staat „ Wij zijn gerechtvaardigd", „Die ons Hem", dan spreekt daar de Kxiuog c/.uBrpfj^'rsg. —
uitverkoren heeft
Het proces van den dood.
De mensch
in
het paradijs
bewust leven geschalmd aan God
a.
hing met
b.
aan dien schalm hangt een andere schalm, die de faculteiten van de
zijn
ziel
harmonisch samenhoudt daaraan hangt weer de schalm, die de verschillende functies van
c.
samenknoopt met de faculteiten der ziel d. in de twee laatsten zit een schalm,
om hem
menschheid een
e.
enz.,
schalm,
hem
lichaam
schakelt aan het leven der
heen
die
't
menschelijk organisme weer schakelt aan dier, plant
kortom aan geheel de schepping.
Deze schakels voort.
Ten
zijn
organisch
Geraakt dus de eerste Ie
verdwijnt
de
die
't
koppelt ten
faculteit
verzwakt,
2^
der
als
;
d.
los,
w.
z.
organisch vloeit de een
dan werkt
dit
door
de dood den mensch dus van de
ziel
schalm
der
harmonie
samenhield.
gevolg daarvan,
uit
in
God het
alle
den ander
uit
schalmen.
af; en dientengevolge
menschelijk wezen, die
Het verstand wordt verduisterd en de wil
dat
de mensch vervreemd
is
van den leven-
den God.
Zoolang de mensch 's
menschen
innerlijk
aan
wezen
God verbonden slechts
in
deze harmonie verstoord werd, werden
zoodat èn
was, konden ook de raderen van
samenhang
alle faculteiten
zich
bewegen
;
maar nu
met den dood aangedaan,
onze conscientie èn onze wil én onze kennis èn onze verbeelding
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's