Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 72
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
;
;
;
Locus DE Salute.
50 a) proleptice d. w.
z.
wat
het laatste oordeel de uitspraak zal zijn, staat
in
reeds van eeuwigheid in het decreet vast
nunc
b) hic et
d.
—
c) finaliter
toegepast op een bepaald levensgeval
i.
zooals
het
zal
zijn
het laatste oordeel, staat het in het
in
decreet van eeuwigheid vast, niet als „vooruitgezien", maar omdat het supre-
mum
judicium
Schrift
:
zelf
decreet
het
uit
Deze
voortgevloeid.
is
houden
rechtvaardig rekenen, stellen of
acte
noemt de
rechtvaardigen, rechtvaardig
;
maken en rechtvaardig verklaren. Cf. Gen. 15 6; Job. 13 18 (hier wel hetzelfde begrip, maar toch slechts een speciaal geval). Rom. 4:3,5,6,9, 22; 30 10 4 Gal. 3:6; Hebr. 11 4;Jac.2:23. 18, 19; Rom. 8 Rotn. 5 Gen. 15 6 „hic et nunc"; Rom. 5 22 „finaliter". „proleptice"; 30 8 Rom. steunt finaliter op een volmaakt rechtvaardigmaking Eerste stelling. Deze goed zijn. Vroeger zei men de goddelooze wordt gerechtvaardigd. En dit is :
;
:
:
:
:
:
;
:
:
:
:
eigenlijk mis,
vaardig
want
goed
3
beantwoordt
vaardig
verklaard
Openb.
19
worden, die
Aan de
8.
wordt verklaard door
omdat
verklaard
de rechtvaardigverklaring moet altoos
van
:
2—11.
2
Vers
slaat
zij
bruid
rk
het
volmaakt
niet
heilig zijn.
waarachtig kyx^bc
wordt gegeven
dMxibifxxroi. rw!/ ay/wi/
een ;
zij
wit
zijn het
op de
alleen
niet
maar op den voorgrond treedt het inwendige
vaardigverklaring
:
alleen rechtvaardig verklaard, die werkelijk recht-
/ Joh.
zijn.
glorie,
uiterlijke
mag
Uitgangspunt
is.
volmaakt
hij
aan de recht-
;
Niemand kan en
recht-
^ty.Mo<TÓvriy
kleed
;
dit
doet.
symbool
worden dus rechtvaardig
waarachtige Smmój/xxtx hebben. Hebr. 12
23 „volmaakt
:
10. Het supremum judicium wordt voorgesteld alrechtvaardigen". 2 Cor 5 zoo, dat Gods kinderen zullen wegdragen, wat zij in het leven gedaan hebben :
dus geen rechtvaardigmaking van goddeloozen.
Tweede
stelling.
Hiermee neemt de
genoeg op het
niet
men moet heele
nog geen genoegen.
het al vroeger geweest zijn.
komt in het gericht. En in dat leven moet kwaad goed heeten. Daarom ontstaat hier de plaatsbekleeding,
eerste stelling niet hadden. In het laatste oordeel
rimpel en
niet,
omdat
iets
Het
is
te zijn,
Niet alleen de persoon, maar zijn ge-
leven
—
goed
tijdstip
Schrift zelfs
van het supremum judicium rechtvaardig
over haar zonde
is
is
—
kwaad en
die wij
bij
de
de Bruid reeds zonder vlek en
heengegaan, maar
in
den dood
het oordeel gaat ook over het
het lichaam der zonde afgestorven. Maar geheele leven en dat leven hangt weer saam met het leven onzer voorouders
is zij
tot
Adam
toe. Al
had een persoon altoos rechtvaardig gehandeld, dan stond
toch schuldig wegens de zonde zijner voorouders, van Adam. rantsoen
noodig,
kan het rantsoen Hij
stierf
voor
en zijn,
de
Daarom
is
hij
hier
ook mogelijk, omdat wij allen uit Adam zijn. Christus omdat Hij niet de zonde van één persoon droeg, maar
zonde van het menschelijk geslacht.
De
Schrift leert dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's