Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 315

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 315

college-dictaat van een der studenten

3 minuten leestijd

§ 21a zóo sterk

en

297

Dei.

dat de beteekenis er van voor deze wereld niet hierin

maar

natuurwetten,

het

dat

ligt,

uit,

De viRTUTiBus

7.

God

hierin, dat het ordinantiën zijn, die

er

met deze aarde voor gesteld, en wel zóo, dat Hij in die dispositie een verbond dus een veralleen niet is Er 26a. en 25 Evenzoo in vers heeft aangegaan.

met de bond tusschen God en de zon etc, maar ook een verbond van God ziet Het anthropocentrisch. aarde ten opzichte van de zon etc. Alles is dus werking te brengen als afspieal op den mensch, om op hem de rythmische dit laatste. Immers, geling van het rythmische leven, dat in God zelf is. Ook aan het leven der ontleend als voorgesteld 2 wordt de Sabbath niet in Gen. 2 :

aarde en nu

bij

wijze van vergelijking op

God

overgebracht, maar omgekeerd,

van actie, komt de Sabbath, die de zevende dag der ruste is na de zes dagen wordt het aldus ingeprent in het leven uit God, en omdat alles zoo in God is, genoemd worden, zijn niet van den 33 in die Jerem. dezer aarde. De tijden,

want

mensch,

is

dus

op den vierden dag nog

er

maar

niet eens,

het geschapene voor die bepaalde tijden.

nnn maakte met

een

die

was

die

uit

God,

AUerwege

Godde voorstelling van de Heilige Schrift, dat die rythmus in het wordt leven ons in wezen en leven als zoodanig is, en van daar uit

dit

delijke

afgestempeld. [In

nen

:

Gen.

DV en rh'^

Het eeuwige het

van den

is,

is tijd,

naar

zijn

dien rythmus

in

niet

er sprake ;

van tweeërlei dagen

van

2.

de

daaraan

God een

is

dus niet

te

:

lo.

van de dagen die wij ken-

voorafgaande dagen, die door

2'^V

en

verstaan als eenvoudig eene negatie van

tijdloos bestaan,

de rythmus, niet buiten,

momenten,

der

is

worden aangegeven.]

npil

tijd,

1

maar integendeel

maar

juist

het tikken van de klok, dat het

in

God

is

hoofdkenmerk

het

gelegen.

wezen van den

successie uitmaakt,

de Schepper, beeldt

inhoud genomen, door God geponeerd. af in zijn creatuur, culmineerend in den mensch. Hij,

De tijd

Anders zou er

het Urbild. immers voor dien mensch als Abbild geene aansluiting wezen aan Men moeten. opmerken nog thans we hetgeen Van niet minder gewicht is bij oogenblik van optelsom de ware stelt het soms zoo voor, alsof de tijd coïnvan begrip het ook oogenblik. Maar in den tijd ligt veel meer, namelijk cidentie.

Juist

gend en oefent den niet

gaat

tijd

door

in

daardoor

is

die tijd als

zoodanig een eigen bestel

eene overwegende macht in het leven uit. schijnbaar buiten ons door in de klok. Maar hij

de klok, maar

in

ons

eigen hart,

in zich

dra-

De stroom van feitelijk

gaat

hij

persoon en leven. Die successie

rijk van planten en dieren, der oogenblikken grijpt zeer zeker ook plaats in het En diezelfde maar tot machtsontwikkeling komt zij toch eerst in den mensch.

tijd laat

den stroom gaan door het leven en het hart van

allen,

van de volken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 315

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's