Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 308
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
290 deze virtus aeternitatis copal
Churcfi
te
„Glory
:
be
doen uitkomen, evenals nu nog
world without end, Amen".
lijke
op
niet
alsof
het
tot
wij,
maar om aan
ook
in
the Epis-
de vermelding van Gods eeuwigheid dan
is
altoos van het beperkt mensche-
plaats.
menschen,
(j-ivoq
duurzaam
een
niet
God „geen
toonen, dat de dood op
te
God
van
„zijn"
Hier
De doxologie klimt eeuwige. Hier wordt God de
ook geheel op hare
bijv,
and the Son and the Holy Ghost,
Father
the
to
lyi^v a^xvxa-ixv
vat" heeft, dat de
Voor het rechte
verstoren noch verbreken kan.
genoemd,
bestaan zouden hebben,
dood het
inzicht in het
begrip van het eeuwige levert deze plaats eene hoogst aanmerkelijke bijdrage.
Vragen wij nu, hoe het gebruik van ahM is
in
het
Nieuwe Testament gekomen
den zin van „wereld", dan moeten wij rekening houden met de periode
in
tusschen
vinden
het wij
Oude en Nieuwe Testament. In het Oude Testament namelijk de periode van wat wij noemen eene eeuw. De Israëlieten
niet
spraken altoos van eene periode van duizend jaren, waar wij geen afzonderlijk
woord voor hebben. Cf. Ps. 90 4. „Duizend jaren" doelt dus op een grooten tijd het was de grootste periode, waar de Joden mee rekenden. In het Rabbi:
;
nisme wordt deze tekst vastgehouden voor de bewering, dat de zeven scheppingsdagen zevenduizend jaren zouden geduurd hebben. De Goddelijke periode
van
één
jaren.
dag zou dan
Daar school dus de diepe
methode
om
te
Nu
rekenen.
eene
beteekenen
met de menschelijke periode van duizend
gelijk staan
periode,
is
zin in
ubsv van lieverlee in het
men
die
van de Goddelijke en menschelijke
niet
Oude Testament gaan
berekenen kon, meer
wel
niet, elke
was of lang. Men gebruikte het dus niet voor een menschenleeftijd, want die werd destijds gerekend op zeventig a tachtig jaar. Maar wel gebruikte men het voor den leeftijd van een bepaald mensch, omdat die niet te berekenen was, want zij moesten
tijdsperiode
onverschillig
indefinita,
of
die kort
bidden: „Maak mij bekend, welke de mate mijner dagen
door die te
algemeene beteekenis, het woord
drukken,
heeft
er
in
beide
den
den Dooper toe en het gansche
vooruit
tijd
in
D^li;
werd,
juist
eene onafzienbare periode
de toekomst en
in
het verleden.
uit
Dit
tusschen de ballingschap en het optreden van Johannes
geleid, zijn in
en terug,
om
zij".
om
aan
dit
woord eene
twee groote perioden
specifieke beteekenis te verleenen
te
gaan
splitsen.
Toen namelijk de verwachting van den Messias heel het nationale leven van Israël begon te doordringen, stelde men tegenover elkander het leven van deze tegenwoordige bedeeling en het leven zooals het wezen zou wanneer de Messias zou gekomen zijn. Aan die dubbele periode gaf men nu in zijne scholen den vasten in
naam van
nn
zou gaan, wanneer de Messias
D^lyn en Nnn D^wi, welke laatste natuurlijk zijn rijk
kwam
stichten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's