Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 347
college-dictaat van een der studenten
§
De virtutibus
7.
329
Dei.
Dat hing natuurlijk weer saam met voeding,
haren toe.
zoodat deze
schoon
aarde,
moest wezen van
niet
het heelal.
lucht, licht enz. enz.
toch geestelijk, middelpunt
meteorologisch,
Kortom, gansch de schepping
lag, tegelijk
mee
opgesloten.
het plan voor den mensch, in dat éene bestek en bestel
Nu
dat
is
en die wijsheid Gods (die geen vrucht
bestel
want dat
nadenken,
is in
God
niet),
Gods
Gods
schepping
was op
het doel
zoo gevoelt men, dat
verheerlijken,
te
gericht
om
Zichzelven
God
niet in
zij
opkomende
wijsheid was, maar eene uit zijn wezen
keurige
in
volkomen en geheel. Die wijs-
dus adaequaat dan den geheelen logischen inhoud van het
is
nu die wijsheid
Wijl
van peinzen of
is
met éene wilsdaad Gods gerealiseerd
het heelal, in alle kwaliteiten en kwantiteiten,
heid
met
heelal. in
die
eene wille-
wijsheid.
Bij
ons
op zekere hoogte willekeurig. De een doet aan botanie, de ander aan zoölogie, maar betrekkelijk had het ook andersom kunnen wezen. Maar zoo is het bij God niet. Hij had niet ook wel eens niet die wijsheid kunnen is
de kennis
altijd tot
hebben, noch ook ze
wezen
Goddelijk
eigen
tegenovergestelde richting kunnen laten werken.
in
het,
is
dat in die wijsheid inwerkt. Vandaar, dat de
God zelf de zelf God is. En
Heilige Schrift ons leert, dat
Woord
eeuwige juist
dan kan evenals 12
:
ik
het
lezen
12de vers
daar
wij
:
Wijsheid,
„Ik,
deze
uitspraken
de nota stringens
is
geen
mijne
ik.
Vers
heb
wegs",
d.
i.
inblijvende
dan de
lijn,
het datgene
zijn
het verstand.
woon
bij
kunnen
Johannes
is
de Wijsheid,
van
Mij.
z.
De
Het „Ik"
rijke in dit
Waar geen persoon
zijn
mijne; Ik ben het
het bestek (raad) en de realiseering
Opmerkelijke uitspraak:
Vers 22: „De Heere bezat Mij
in
Ik
— niet:
ben
het beginsel zijns
waar God zijn weg begon te nemen. Die weg ontstaat, Vv^aar de werken Gods overgaan in de opera exeuntia. De „weg" Gods is waarlangs de opera exeuntia zich hebben voort te bewegen. „De
eeuwigheid
in
bij
de kloekzinnigheid," enz.
„Raad en het wezen D. w.
af
gezalfd
geweest",
geschapen en daarna de wijsheid niet
Woord
tot formatie geleid heeft,
wij thans verstaan.
Heere bezat Mij vóór zijne werken"; hierin
van
wat
is,
et necessaria personalitatis.
14:
de sterkte."
is
van het bestek (wezen) Ik
dat die Wijsheid als het
Job 28 en in Spreuken 8 die Wijsheid als persoon optreedt, Woord in Johannes 1, waarvan zij de achtergrond is. Spreuken
van
—
is,
heet dat eeuwige
in
is
verstand;
Wijsheid
ook den achtergrond van dat Woord nemen, en dat
dat
beteekenis
is,
en
daarom de Logos, omdat
Vandaar,
8
God
bij
Zijn
den
tijd,
niet
enz.
in die stof
van de schepping
af,
ligt
het „ter formatie"!
Niet,
dat
kwam, om maar
stofjes der
wereld
van
Gods
wereld nog aardrijk
niet
gemaakt."
bestond, als ik mij
eerst
eene
ze te ordenen.
„als de afgronden
ben
stof
is
Neen,
nog
niet
God had den aanvang Vers 30 vv. „Toen enz." De zoo mag uitdrukken, alleen in
waren, aleer de bergen ingevest waren, was Ik geboren.
van de
er
„Ik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's