Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 37
college-dictaat van een der studenten
§ b.
Tim. 6
1
15 en 16
:
jUXKxpiog kxI
ó
:
De Cognitione
2.
Dei.
19
fx,bvoq Sovxa-Tyjg, b
PxcrcXeug
rw fix<TtXs.ubvTUiv
KOU KÓpcog Tdiv Kupcii>bvT(^Vj b juóvog ey^oiu a.3-(xvacrixvj (pC)c o(k(ov c^.7rpb<r'.Tov, cu elSeu oiiSiig
olSè cSclv SÓvxtxi'
avB-pf^7r(j}v
toon
dezelfde
ais
geene kennisse verkregen ontoegankelijk
w^orden
y,p(xroq x'/jiviov,
kx'.
TLfMr,
Omdat God van
als
een
schepsel
Het
a/xriv.
Creator ;
hier
is
Hem
kan van
is,
bewoont een
Hij
waarin niemand kan doordringen. Niemand heeft ooit
licht,
Hem ook
niemand kan
gezien,
f\>
Vondels reizang.
in
zien.
God
Van hun standpunt beriepen de mystieken
zich tegenover de intellectualisten terecht op deze plaats.
Rom.
e.
11
33
:
is
van gelijke strekking: rk
(7cw^ 3-£oD. '^q ave^epe'jvyjTx
valt
op
zijne
in
wegen
geen
is
auTolt
'J
Pó(.B-o<;
'(-^joq^
om
geen spoor
waarna de apostel
citaat,
onderzoeken, en op
ze na te speuren.
in vs.
airCji
TTÓci/ra-
wezen van d. To\j
1
men heeft, lijke
18
:
TXTpbq,
waarin
den
Doch
oogen".
aan dit
:
y-xl
xWcv
v.c
God
is
de
b
Dei
beteekenis
woord
te gelijk leert
fzovoyivlrfi uihq b
'l)v
tlq
„het
rov KbKTTOv
de mystieken alleen de eerste
de incognoscibilitas
van
zin
Si x-Ws'y
%xj.
heeft."
Liefst lezen
.
34 en
In vers
Vondcl zegt
gelijk
a/u,r]V,
B-cov oLSelq ïütpxKZv 7r(x>7roTe'
:
vasthouden
streng
en
wezen
'cKiivoq ï^-riyrja-xTo
vers,
dit
dat
alle ding,
Joh.
van
Sb^x dq rolq <xtwxq,
yj
av£4'^)(^:/('x(TTo;,
36 de reden van dat „ondoor-
zoekelijk" en „onnaspeurlijk" aangeeft in het l§ «iraS Tcf.
km yu6jDe nadruk
7r?,oCToo kxï G-cflxc
kvi^tyjAxcrroi xrbSsi xWoli.
kx'.
zijne oordeelen zijnniet te
kvi^zpiiivriTx^
35 volgt dan een
y,pifx.xT(x
ligt,
van
helft
want wel waarlijk moet welke bpxv hier
„kennen",
verflauwen tot een „zien met lichame-
niet
de tweede
van het vers, dat God wel
helft
degelijk cognoscibilis est. e.
Matth.
yiv^a-yM
d
1 1
b
f^lr,
27 levert eene bijna parallelle uitspraak
:
uihq kxI
èku (ioiiXr^rxi
'\y
maar toch
relatieve incognoscibilitas,
ƒ.
36
Job :
26:
:
gelijk
tegenover ons geschiedenis letten
wij
yn^ N^i N^^trijN-p;
Hem
„Wij begrijpen
begrijpen het niet".
hebben,
Er
is
is
de
Hier
word
niet",
Er staat niet
maar
het
is
:
bij
„Zie,
blijft
voor de
daarom op
der cognoscibilitas
heel die pericope.
en zijne vrienden, waarbij veel over
God
y-xX-jfx/xx blijft.
God
is
groot, en wij
van God kunnen
positie,
God
waarin
Vooral het laatste gedeelte van Jobs
een mysterie.
kwestie
ïtti-
inx gelijk veelal gele-
niet ontkend, dat wij kennis
mystieken beweren, maar de gansche
staat,
nq
zeer zeker eene
welke staat tegenover den mystieken weg, waarbij het
«5roy.aAj;i|/(c,
zen wordt
clSè rbv irxrépx
eene via cognitionis, en wel die der
er
is
:
ullq a.7rov.xXii'])xi.
b
Na is
Dei van groot belang
breede gesprekken tusschen Job
gephilosopheerd, heeft Elihu gespro-
Daarna verschijnt God in een onweder en Hij antwoordt Job. Watervaart deze nu in dit onweder ? Dit. God verwijt aan Job, dat hij en zijne vrienden veel te precieselijk en beslist over God hebben willen oordeelen en zich hebben
ken.
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's