Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 691
college-dictaat van een der studenten
;
Caput
De Mediatoris Persona.
III.
om
eenerzijds de geneigdheid
§
Deze Messias
5.
is,
143
zich klein, zeer klein te voelen en anderzijds een
Hoe
impuls van macht, van reëele beteekenis voor de wereld.
vromer een kind van God
God.
is
des
de
te ernstiger is
Maar
vandaar verstoring van het evenwicht.
rijker
Jezus trekt het
bij
begaafd en
tusschen die beide
strijd
de aan-
juist
dacht, dat dat hooge gevoel van boven alles te staan en allen tot een voorbeeld te zijn
en
monie
zijn.
nederigheid
Zie
vooral
dit
;
en daarentegen
met almacht bekleed
tot
mij,
En nu zegt (vs.
29)
ben
in
alle
har-
in
vers 25 en 26 de
het brengen van allen
andere menschen
zult
stille
dank aan een te bezitten,
te staan.
Dan
in
KtipcuXri
r,
werpt
;
slechts één
;
en ik zal u ruste geven.
zijt
mij leeren, dat ik nederig en
vinden
ruste
gij
Gods
kinderen
tot
vermoeid en belast
hooge: gaat van
ik ó Xpta-rbc, ik
30
die
allen
gij
die
dan
;
der
heid
jXSll
;
25—30;
:
27 het hooge besef van alles
in vs.
en boven
te zijn
zoo volkomen
allen te dienen,
11
28 de harmonische samenvloeiing van dat hooge besef met de dienende liefde:
komt
VS.
Matth.
in
het berusten in de tb^oKix
;
daad van God vs.
om
nederigheid, zijn lust
zijn
er,
is
jukken af
alle
;
zachtmoedig ben staat in de vrij-
mag opleggen
die u een juk
en dan weder die macht met de
;
ééne gedachte samengevloeid
h
:
ykp
X,uybq
^lq-j
;
dat
nxTcdvt^ia-tc
'/ji-riTroG
in
kxI to (psprlcv
kXlX(ppQV kcTCV.
Hieruit blijkt dus duidelijk, dat het
voorwenden,
deren Christus gaven dan Johannes, niets
Met opzet hebben lieten
dit,
matieken
om
om dan
is;
de Synoptici een an-
Godheid
daaruit zijn
de schromelijke verwarring, die daaromtrent
en catechisatieboekjes bestaat.
concludeerend sprake
alsof
dan een sprookje.
wij nagelaten te spreken over de goddelijke
van Christus,
eigenschappen
is
men beroept
de meeste dogniet
n.1.
op de Alwetendheid van Christus, maar vlak
zich b.v.
o.a.
in
Al deze bewijsplaatsen zijn
de andere plaatsen, waar van Christus' menschheid
tegenover
daartegenover staat
werken en Wij
te bewijzen.
Mare. 13
:
32.
§ 7, de Unione Duarum Naturarum. Eerst moet over de goddelijke en menschelijke natuur gehandeld dan over de verDit punt hoort niet hier,
maar
bij
;
eeniging dier beide. Niet
alleen
heeft de Heere Jezus zelf de identiteit
van God uitgesproken, maar die door de Apostelen geleerd. Eerst hebben wij gezien,
dat zijn er nu ook
Gods
identiteit is
ook
in
wat Christus van zich
van
zijn subject
met dat
het O. T. geprofeteerd en
zelf
getuigde
;
maar behalve
getuigen, die, door den H. Geest gedreven, hetzelfde
uitspraken.
Wij hebben dus na te gaan wat de Profeten onder het Oude Verbond en wat de Apostelen hebben getuigd. :
Wat de
eerste
handeld
bij
sproken
Jes.
de
Jesaja
daar
de meeste uitspraken hebben wij reeds vroeger be-
van den Messias en Christus.
Jesaja had een visioen, waarin
6.
den troon van
betreft,
identiteit
God, zingende:
zag;
Heilig,
de heerlijkheid van
heilig,
hij
Alleen dient nog be-
de serafs zag zweven
heilig.
De vraag
Vader, Zoon en H. Geest
is
—
n\x,
om
wien
dus ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's