Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 551
college-dictaat van een der studenten
Hfdst.
Het Bewijs voor de
II.
Heilige Drieêenheid uit de Openbaring.
17
1
Chokma
de wereld en wel bepaaldelijk in de menschenkinderen. dit nu gezegd is, volgt nu in vers 32 eene geheel andere rol die de vervult; Zij treedt op in het beeld van den leermeester; Zij wendt
zich
tot
de
hen
leert
zelf
ook vermaak
Nadat
in
der menschen in het karakter van den onderwijzer die
kinderen
en verder brengt.
zegt niet „hoort naar God",
Zij
maar „weest Mij
gehoorzaam, erkent het zeggenschap dat Ik over u heb." Daarin komt dus weer uit dat die Chokma een persoon, en wel een GoddePersoon
lijke
is,
de menschen mij
uw
zegt
:
;
dat
mag de vader
tot
tot zijn
volk
:
iw^
^2y\ nis^N.
Dat
uitdrukking voor het absolute geluk, en tot dat absolute geluk
de
door
geraken
te
wandelen
het
„het absolute geluk krijgt ge als
:
om
u zeg, ontvang van
de koning
maar God Dit wordt nu nog versterkt door de bijvoeging
is
nog sterker uitgesproken dat die
hier
tot zijn gezin,
heeft het recht ik
alleen heeft zeggenschap over de menschen op de geheele
zeggen,
alleen
want geen mensch nog eenig creatuur algemeenen zin te zeggen doe wat
levensregel"
wereld. n'i^x
in
is
Deze Chokma nu ge in mijne wegen wandelt", dus wordt Chokma met Goddelijke autoriteit zich de wegen Gods.
in
uitspreekt door dat absolute geluk toe te zeggen. In vers
34 keert dat nirN terug; hier wordt hetzelfde herhaald, maartevens
nader uitgelegd.
Nog
eens wordt gezegd
:
„Het absolute geluk komt u toe
als
„dagelijks wakende gij gehoorzaam zijt", maar nu komt er bij dat de mensch aan mijne poorten" moet zijn, en om dat te verstaan moeten wij Cap. 9 inzien,
waar
wij de explicatie
In dit Qde
van deze woorden vinden
Hoofdstuk treedt de zonde op,
in
het
in het S^te
iste
tot het
nog niet, daar
6<^e
vers.
zijn alleen
scheppingsordinantiën genoemd, daar komt de mensch voor alleen in den maar in Cap. 9 staat uitdrukkelijk „Verlaat de slechtigstaat der rechtheid
de
:
;
heden
en
leeft,
en treedt op den
weg
des verstands".
Hier
is
dus overgang
werkverband naar het genadeverbond; dat laatste wordt hier dan als tweede schepping naast de schepping gesteld in het beeld van een huis, waarin door de offers worden gebracht en eene groote maaltijd wordt aangericht uit
het
Chokma
;
noodigen
en de afgezanten
—
hier
dienstmaagden omdat n^3n vrouwelijk
is
—
gasten tot die maaltijd. Reeds hier dus wordt symbolisch heen-
de
gewezen op wat later werd aangeduid in brood en wijn. Wij kunnen hier nu niet verder ingaan op de symboliek en typiek van het genadeverbond, maar zeker is het dat die Chokma, na eerst bij de schepping ook een tweede te zijn geweest en in die schepping te hebben gespeeld, nu rol
vervult
die evenzeer
in
de
verlossing
van den zondaar,
werk der Chokma
schepping uitblonk.
is
in
de bijzondere Openbaring,
als de heerlijkheid die in de oorspronkelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's