Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 112
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
94
Maar
gelijk
gezegd
bewijs
bewijs leveren,
bewijzen
dat
den
weg van
God
bestaat.
bestaat, en
ga geen
Ik
zoo ook komt het
een mathematisch bewijs te brengen
niet te pas
de sensus
niet, als
de mate-
zal zal
langs
hij
de erkentenis, dat
zijn tot
bewijs.
Het historische bewijs
1.
gij
het begin der paragraaf
in
óf doelloos óf overtollig.
is.
Het historische
E. A.
besta of
ik
wat
hier,
is
En hoe schoon ook het bewijs schijne, toch altijd een uitweg weten te vinden en nimmer
ons
atheïst
of
zoodanig
als
geven voor de exsistentia Dei. Het behoeft ook
te
divinitatis in rialist
zoo geldt ook
alle,
bij
het
is:
zooals de
is,
naam
opeen
reeds aanduidt, niet
bepaald punt gericht, maar omvat verschillende gegevens. Zelfs kan men niet eens zeggen, dat het een historisch karakter draagt.
Het eerste, wat het
is
feit,
zekere
een
het historische bewijs gewoonlijk
bij
bestaat.
culte
redeneering
(Dit
is
dan aldus: „Vind
is
En
den mensch gegeven
de natuur van den mensch
als
deeren. hij
Hoe hebben
2.
om
nog min
dit
over
wij
worde opgezet, zoodat
zaak
God
ik
zekere er een
komen. Er
te
God
die
is
hier
buiten
zijn
mij
nu
zoo
en
nu
tot
iemand
hem
oordeelen? Als het gelden
te
als bewijs
voor iemand, die
waar
dringt. zal als
niet in
God
het ons
God
denken dwingt,
denken gesloten heeft en dien
voorstel,
zijn
in
denken op
weigert,
die
is
niet.
aanstonds, „dat kan ook op eene dwaling berusten het eerste
door het volkomen kanten meegegaan ja,
menschenpaar
begrijpelijk is.
In
bestaan
tot het
God
te
ik
zijn
in
nu
zal
gaan
nemen. Welnu,
denken op
te
neem ik het verschijnsel eener dan zoo iemand gedwongen te erkennen, dat
bestaat? Immers neen, volstrekt
bij
om
geen sprake van iemand, die gelooft, maar van
zeg: „Bij alle volken
Godsvereering waar,"
sing kan die
culte,
telkens te fun-
Calvijns „Institutie",
wat sterk op den voorgrond
dwingen door een redeneering, om God nemen,
in
is
op
dit
insita
en wel zóo, dat stringent logisch voor de rechtbank van ons denken
iemand,
als
meer
of
En
de cognitio Dei
er
bewijs
dit
dan moet het genomen worden
gelooft,
van
te dikwijls,
men
vindt
Zelfs
al
het hier vermelde verschijnsel wel
bewijs,
de
maar
helaas,
reeds in de schepping
zij
Reeds Cicero wees daarop.
zijn."
De
dan moet
alle volken,
bij
vanzelf de Godsvereering met zich brengt, dan moet
herhaald,
treedt,
dus meer ethnologisch dan historisch.)
ik dat verschijnsel
het behooren tot de natuur van den mensch.
aan
op den voorgrond
dat er bij alle volken en volksstammen eene zekere Godsvereering,
is
of
bij
„Want," zoo zegt ;
hij
immers
door misverstand o\ vergis-
Noach
zijn
opgekomen, waar-
en zeer natuurlijk, dat die traditie naar
de tweede plaats vindt men
bij alle
maar met deze opmerking, dat die zeer intens
is
alle
volken eene zekere
bij
de minder ont-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's