Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 279
college-dictaat van een der studenten
§ klaarder en voller zin
al
in
De NOMiNiBus
6.
Dei
261
uit
het point de 'départ in de
ontwikkeld, van
is
Rom. 8 15. Ten opzichte van dezen naam komt er echter nog eene geheel exceptioneele
Bergrede
tot het point d'arrivée in
voor
uitdrukking
aAAa
kxI Trxripx
daarbij
Joh.
in
ê^yjTCw xbrov
TOÜTO
jU,a.XXov
op het
De
aTOKTiivM,
'You^ouoc
ol
xar/7/>,
waarbij wij even hebben
18,
:
ïXiyvj rhv
'(Scov
J'^^av.
5
:
3-cCv,
?<r5v
rw
ttoiwj
koiiiTzy
en zich daardoor van hen als
laat
Trxr'r^p
Wat
en in het Nieuwe Testament.
Oud
want van
Hem
de verhouding zelve
is
de
^CBizq
TrxTh^p.
7rxTr,p in het
betreft,
is,
dat
paterneele relatie plaatsen kan. Het
in
Hij
is
Oude
geen ver-
er
Nieuwe Testament is ze nieuwe element, waardoor de
gegeven wordt op de vraag, hoe het mogelijk
de wedergeborenen
7rxTr,p
i
zich tot
Nieuwe Testament
nergens het kindschap Gods toe buiten verband met den Christus. Alleen
laat
rapport met het Zoonschap van den Christus wordt het Vader-zijn van
in
tegenover
mogelijk
Ten
eerste
de
dat
dit,
God
tusschen
en
iets,
;
God kan
van
nergens
er
God
Daarin liggen dan weer twee elementen.
geloovigen.
eene
geïsoleerde rechtstreeksche betrekking
de enkele geloovigen geboren wordt, maar elke paterneele
God
verhouding tusschen organische
wat
in
de zijnen
en
draagt
het karakter van het
altoos
de Schrift aldus wordt uitgedrukt, dat men geen kind
men wordt tevens een xSzX(pó^, en wederom dat men God kan zijn, of men wordt tevens een K/.r,p:vc/u.c>:, welke beide, of
zijn,
geen kind van
gecombineerd, culmineeren
de tweede
in
valt
in het
veel intensiever, gaat ze veel dieper. Hier is het
solutie
Sii.
:
(Ta.(3(ixrov.
aanroepen, staat ten opzichte van den
Nieuw Testament. Maar
en
ro
De nadruk
3-£'jj.
Hierin ligt het principieele onderscheid tusschen het gebruik van
tusschen
te staan
die door rs ^vcv^x r^cw'oS-ca-fxi; in de zijnen indaalt
Christus in eene exceptioneele verhouding,
schil
stil
'in ol fxbvov ïhjtv
plaats
dit,
het
in
a-i>vKXY]povó/j.oc
zijn
van de kinderen Gods. En
dat degene, door wien dat verband mogelijk
is,
de
ïStoc oióc is.
Nu komt de verhouding van den tament de
de
tweeërlei zin voor,
in
tSccc 7rxT/;p,
afs ó 7rxTr,p
Messias, het
door de
dus
ligt
aJeA^óc,
waar
de
is
Hij is ;
en
de
20.
in
het
'c'Stot;
waar
Nieuwe Tes-
wcc en
h
iv roic olpxyoi,;.
verbinding
KXr,povbij.oc
zijn.
van
In zijn
persoon,
die twee, van het
En nu wordt
in
in
zijn
't^tsc
God
is
Hij optreedt als
onzer een, en als zoodanig met de anderen
r/xw
God aan-
optreden als
uióc zijn
en van
de incarnatie van den Christus
verbinding dier beide relatiën de nexus gelegd, de band gevlochten,
waardoor voor zondaren het Dit nu was in het reeëlen zin,
goed
namelijk
1.
zooals Hij dat voor geen ander
Geïncarneerde, als
roept
Christus tot zijn Vader
want
kinderen
ybea-S-xi
Oude Testament in
van kinderen Gods mogelijk
uit
als
in
geworden.
het
in
Oude Verbond even Nieuwe Testament. Toen lag de
dien zin zijn de geloovigen onder het
Gods geworden
is
den aard der zaak onmogelijk. Niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's