Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 632

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 632

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera).

198

In

de

al

Evangeliën

woord

enkel

blijkt

het duidelijk, dat de Heere Jezus nooit met éen

zeide, dat Hij die

benamingen

bedoeld; neen, Hij ving die woorden als

met

op,

dood

hebt

„Gij

zijn

het

't

niet in dien

ware

zelfs

vaststaanden zin heeft

van de lippen der Joden

gezegd", ja op die belijdenis heeft Hij zich ter

laten veroordeelen.

Om

reden

die

is

voorgeven alsof hier de Messiastitel bedoeld

het, dat het

was, moet worden terzijde gesteld. Zien

wordt dan

22 : 41—46 in, dan blijkt ons, dat de Heere Jezus tot de „Wat dunkt u van den Christus, wiens Zoon is Hij ?" en daar

Matth.

wij

Parizeen zegt

:

het „Davids

zoon" de

Zoo ook de pseudo-Messiassen. De Heere Jezus maakt hier echter onderscheid tnsschen den Messiastitel en de kwalificatie van het Goddelijk subiect Hij voegt er toch bij, dat die zone Davids ook is „Davids Heer".

noemden

in

titel

van den Messias uitgesproken.

zich

:

we

19—29, dan zien we dat de Heere Jezus zegt „Wat de Vader doet, dat doet ook de Zoon desgelijks" daar bezigt Hij den naam „Zoon van God", noemende daden die geen mensch kan verrichten, maar die Lezen

Joh.

5

:

:

;

alleen een Goddelijk subiect kan doen.

Soms ineen,

de Messiastitel en de qualificatie van het Goddelijk subiect bevreemde niemand, want de Zoon van God kan niet anders om ons te redden, dan zoo Hij tevens waarachtig mensch is.

vloeien

en

Messias

dit

zijn

Overal toch komt het

dat die beide niet kunnen

uit,

worden gescheiden, en

dat de Messiastitel alleen toekomt aan het Goddelijk subiect.

Nu

Hl.

dit subiect in een

A.

komen

wij tot de bespreking

van de

hoedanigheden,

die

aan

worden toegekend, en die een karakter dragen dat alleen vallen kan

G o ddel

ij

k subiect.

Wij moeten die hoedanigheden eerst bezien ten opzichte van het kennend

vermogen, en stellen ons dus vooraf de vraag

Draagt het kennend vermogen, een is

beperkt

karakter

dat

van

in

de Evangeliën aan

dit subiect

toegekend,

het menschelijk karakter onafscheidelijk

het een kennen dat het menschelijk beperkte ver te buiten

is,

of

gaat?

Hierbij moet nu niet oppervlakkig worden geredeneerd en gezegd Alles wat de maat van mijn kennen te buiten gaat is niet meer menschelijk. Ook wat het kennen betreft, zijn toch in den mensch mysteriën die onze gewone :

begrippen

te

buiten

gaan,

denk slechts aan de clairvoyance

etc.

;

er zijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 632

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's