Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 505
college-dictaat van een der studenten
§
hadden
zij
En dat hebben
op Jezus' uitspraak
de apostel
der levenden
Vatten
in
in
zij
(vs. 16) zij
zochten een beter,
Want
— en hier beroept
verkregen.
Matth. 22
29
:
—
32,
God, die een God
noemt zich hun God.
is,
nu die gegevens samen, zoo zien
wij
exegese
Neen
wel kunnen wederkeeren.
allen
het hemelsche vaderland. zich
De mortuis ante parousiam.
3.
we
hieruit, dat
op grond der
Nieuwe Testament van de genoemde plaatsen uit het Oude niet eerst na de ballingschap, maar reeds tijdens David,
het
Testament gegeven,
Abrahams
in
God
zelfs
ja
tijd,
reeds in de dagen van Henoch, degenen, die aan
vasthielden, op grond der openbaring in de overtuiging leefden
dood
dat het met den
20.
dat de toestand „jenseits" gelukkiger
30.
dat die toestand „jenseits"
Het geloof aan de
drie
:
was
10.
niet uit
was dan die hier; ook eene uitwendige realiteit bevatte.
hoofdmomenten der Eschatologie was derhalve het
eigendom van de geloovigen van den ouden dag.
Daar
nog andere uitspraken
zijn
Oude Testament
het
als b.v.
over
Nieuwe Testament over
in het
Sodom
en Gomorra,
feiten uit
over Elia enz.
;
doch
we nu niet, wijl het hier niet de vraag is, watjezus en de zijnen aangaande de geloovigen en ongeloovigen des Ouden Verbonds dachten, maar daarover spreken
wat
menschen zelven omtrent de aanhangige kwestie oordeelden en beleden. plaatsen van het Oude Testament, die verder voor dit punt van
die
De
III.
belang
zijn,
zullen
lang en moeilijk
De ven,
Dit
nu
Oude Testament aangaande de stervenden gege-
in het
deze
algemeen
over het
Scheool.
naar den HoUandschen tekst behandelen, omdat ze zeer
zijn.
voorstelling is
we
woord
bm
dat het
dat
Het wordt
plaats der gestorvenen aan. „graf",
:
na hun dood verhuizen naar den
zij
duidt zoowel voor boozen als voor goeden de verblijfin
onze Staten-vertaling nu eens door
dan weer door „hel" (Ps. 16) overgezet. Langen
kwam
van den radix bm, die „vragen" beteekent
men gemeend, het woord Saul)
heeft
tijd
(cf
en dus zou aanduiden den „locus poscens" de eischende, zuigende plaats; een ledig, dat nooit verzadigd, alles
terug en thans ziet
men over
zoekt te verslinden.
Later
beteekent „het ingebogene, het ingedrukte, het ingedeukte"
Het woord „put",
beteekenis,
gedrukt
„scheool"
zonder
en
staat
dan op een van
eenig
begrip
dat
het
aanduidt
tot
een
verblijfplaats der
d. z.
„hel".
iets,
verzwakten
D"'N3"i,
kwam men
hiervan
het algemeen er een afleiding in van den stam bt, die
dat
stand
lijn
cf.
hw = inbuigen.
met het woord mn en beteekent
Het heeft dan deze schakeering van ingedeukt en daardoor
gebracht
is
;
uit
zijn
stand
zoodat de Scheool, de
de van wezen beroofden, de wezenloozen,
beteekenis van „plaats der indeuking" daarmee overeenstemt.
in zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's