Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 790
college-dictaat van een der studenten
;
Locus DE Christo (Pars Secunda). geboorte
Maria van zooveel belang
uit
en krachten, op een verborgen wijze
God
andere wijze met
een
door
eenigd
moest
Nu
maar nu met andere mogendheden
de menschelijke natuur gewerkt en op
want Adam was met God ver-
;
alleen
Christus
in
;
de menschelijke
is
En nu van tweeën een
vereenigd (door incarnatie).
was
zou
of haar loslatende
God gebleken
onmachtig
zijn
menschelijke natuur zoo wist
de
Christus
er
of
Had God Adam
bij.
te
God
wezen.
te representeeren, dat
haar niet aankon, was de verzoeking ook zooveel giftiger dan
moet
:
den Zoon de menschelijke natuur vasthoudende toonen, dat deze onver-
in
winlijk
is)
verband gezet
in
gebod en daardoor
het
God
natuur met
in
Satan
Adam.
bij
Dit
het paradijs deze verzoeking laten ondergaan
in
ware Adam dan gevallen, dan ware Adam zoo schuldig niet geweest. En had Christus niet meer dan Adam te weerstaan gehad, dan ware God en
moeten
gelijk staan
de kracht groot
is
De verzoeking en de
overwinnaar geweest.
geen
keeren
Beide
de kracht
;
om
te
weerstaan
Christus, de verzoeking niet minder.
bij
God gewild
verzoeking van
de
is
kracht
klein in het paradijs, de verzoeking evenzeer
is
en toegelaten en niet van
Satan uitgaande.
Het einde
de verzoeking
bij
het paradijs
in
mend zwaard verschijnt om scheiding boom des levens, bij de verzoeking Christus
dienen.
te
En om
te
mensch was verleend, komen mededeelt) zonder
Hem
te in
Natuurlijk
de
strijd
is
een
hier de wilde dieren
Satan
direct
(gelijk
strijd
dat
de
Maar zoo
(wel indirect) met
de
En
Lutherschen
menschelijke
natuur
het infinitum op, als het van
dan
geen
Jezus (zooals Marcus
om
te
overwinnen, verstaat de zaak
met een oneindige kracht geen
Het „quantum finitum
geweest.
bij
eenig leed te doen.
en de menschelijke natuur. kracht
het paradijs aan den
in
strijd.
Was
Satan
opgelegd geweest met een oneindigen God, dan was het onmogelijk
hem geweest.
voor
dat de cherub met het vlam-
toonen de macht, die
Die dus zegt, dat het hier geen kunst was niet.
is,
maken tusschen den mensch en den de woestijn komen de engelen om
recht
om
de
gestreden
;
de
strijd
leeren),
met een oneindige want ook dan ware het geen strijd
infiniti
capax" onzer vaderen bedoelt daarom,
die menschelijke natuur niet
steeds
God
volle
Geen oogenblik heeft was tusschen Satan
staat de quaestie niet.
God
finita
bleef,
ook
al
nam
haar gestelde perk haar
menschelijke
natuur
te
zij
toeliet.
toonen ?
zooveel van
En had God Immers ja.
Maar de menschelijke natuur, ofschoon gepotenzirt, bleef altijd een eindige natuur. Het was een worsteling tusschen de eindige kracht van Satan en de eindige kracht der menschelijke natuur.
een Waardoor kreeg Satan zijn rijk ? Doordat Satan een engel was, d. wezen dat onmiddellijk al zijn kracht bezit en zich niet ontwikkelt. Toen i.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's